**1..** Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden
buiten inrichtingen of anderszins vuur aan te leggen, te stoken
of te hebben.
**2..** Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.
**3..** De ontheffing kan worden geweigerd:
in het belang van de openbare orde en veiligheid;
ter bescherming van de woon- en leefomgeving;
ter bescherming van de flora en fauna.
**4..** Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor
zover:
in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften of de
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht gebaseerde
voorschriften;
de provinciale milieuverordening hierover een regeling
bevat;
artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, Wetboek van
strafrecht van toepassing is; of
het verlichting betreft door middel van kaarsen, fakkels
en dergelijke, sfeervuren zoals terrashaarden,
vuurkorven in de periode 3 januari tot en met 21
december; en
dergelijk vuur voor koken, bakken en braden, indien dat
geen gevaar, schade van welke aard dan ook, overlast of
hinder oplevert voor de omgeving, tenzij uit een
mededeling van de brandweer blijkt dat er sprake is van
gevaar. Alsdan geldt een algeheel verbod op vuur voor
koken, bakken en braden.
Hoofdstuk 5 › Afdeling 8
Artikel 5:24
Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken.
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening voor Delft