Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 6:5

Overgangsbepaling

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening voor Delft

1.. Vergunningen en ontheffingen – hoe ook genaamd – verleend krachtens de Algemene Plaatselijke Verordening voor Delft zoals deze tot 1 januari 2010 gold, blijven – indien en voor zover het gebod of verbod waarop de vergunning of ontheffing betrekking heeft, ook vervat is in deze verordening zoals deze met ingang van 1 januari 2010 geldt – van kracht gedurende de termijn waarvoor zij werden verleend, is verstreken of totdat zij zijn ingetrokken. 2.. Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens de Algemene Plaatselijke Verordening voor Delft zoals deze tot 1 januari 2010 gold, blijven – indien en voor zover de bepalingen ingevolge welke deze voorschriften en bepalingen zijn opgelegd, ook zijn vervat in deze verordening zoals deze met ingang van 1 januari 2010 geldt – van kracht tot de termijn, waarvoor zij zijn opgelegd, is verstreken of totdat zij zijn ingetrokken. 3.. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening (zoals deze met ingang van 1 januari 2010 geldt): een aanvraag om een vergunning of ontheffing op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening voor Delft zoals deze tot 1 januari 2010 gold is ingediend en alsdan nog niet op die aanvraag is beslist, wordt daarop de overeenkomstige bepaling van de verordening zoals deze met ingang van 1 januari 2010 geldt toegepast. 4.. Gebods- of verbodsbepalingen die niet voorkomen in de Algemene Plaatselijke Verordening voor Delft zoals deze tot 1 januari 2010 gold en waarvoor een vergunning of ontheffing vereist is krachtens deze verordening zodat deze met ingang van 1 januari 2010 geldt, zijn niet van toepassing. gedurende 3 maanden na inwerkingtreding van deze verordening; ook na de onder a. bepaalde termijn, voor zover degene die de vergunning of ontheffing nodig heeft, binnen deze termijn een aanvraag als bedoeld in artikel 2 heeft ingediend, totdat onherroepelijk op deze aanvraag is beslist. 5.. Aanvragen om een vergunning als bedoeld in artikel 2:8 die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van de wijziging van dit artikel, worden afgehandeld volgens het recht zoals dat gold vóór het tijdstip waarop artikel 2:2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in werking is getreden. 6.. Vergunningen en ontheffingen verleend op grond van de Exploitatieverordening Horeca 1998 en de Horeca Exploitatie Verordening die bij de inwerkingtreding van artikel 2:27 b, vijfde lid, van deze verordening nog geheel (ingeval van een coffeeshop) of gedeeltelijk (voor wat betreft het terras en/of afwijkende sluitingstijden) vereist zijn, blijven voor zover vereist onverminderd van kracht. 7.. Op aanvragen om een exploitatievergunning die op grond van de Horeca Exploitatie Verordening zijn ingediend en waarop bij de inwerkingtreding van artikel 2:27 b van deze verordening nog niet is beslist, zijn de bepalingen van deze verordening van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel