**1..** De ondernemer moet bij de aanvraag van een vergunning in elk geval overleggen:
een nauwkeurige beschrijving van de speelautomatenhal c.a., waarbij is opgenomen de oppervlakte daarvan, alsmede een plattegrond waarop exact is aangegeven op welke plaats in de speelautomatenhal en in welk aantal kansspel- en/of behendigheidsautomaten zullen worden opgesteld;
bewijsstukken waaruit blijkt dat de ondernemer eigenaar is van c.q. gerechtigd is om te beschikken over het pand/perceel waarin/waarop de speelautomatenhal zal worden gevestigd;
een bewijs van inschrijving van de ondernemer bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken;
een bewijs waaruit blijkt wat de totale investering voor de vestiging en exploitatie van de speelautomatenhal is en dat die investering hetzij uit eigen middelen kan worden gedaan, dan wel deugdelijk en met voldoende zekerheden afgedekt kan worden gefinancierd;
een verklaring omtrent het gedrag van de ondernemer dan wel, indien de ondernemer een rechtspersoon is van degene(n) die de onderneming statutair rechtsgeldig vertegenwoordigt c.q. vertegenwoordigen;
een verklaring omtrent het gedrag van de beheerder;
bewijsstukken als bedoeld in artikel 5 lid 2 van het Speelautomatenbesluit;
een bewijs dat in de speelautomatenhal sprake is van een toegangscontrole, waarbij de leeftijd op deugdelijke wijze wordt gecontroleerd;
een bewijs van lidmaatschap van de VAN Speelautomaten brancheorganisatie;
indien er sprake is van de exploitatie van kansspelautomaten een bewijs waaruit blijkt dat de ondernemer voornemens is in het eerste jaar van de exploitatie van de speelautomatenhal een KEMA-keur-certificaat te verkrijgen.
**2..** Met betrekking tot de aanvraag van de vergunning, alsmede de afhandeling en de beslissing over de vergunningaanvraag worden de afdelingen 3.4, 4.1.1 en 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht gevolgd.