De kerkelijke gemeente, kerken en rechtspersonen met volledige rechtspersoonlijkheid die zich blijkens hun statuten het geven van godsdienstonderwijs en/of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs ten doel stellen, die een voorschot als bedoeld in artikel 6 hebben gehad, stellen Burgemeester en Wethouders terstond in kennis van de in de loop van het schooljaar optredende veranderingen, die van invloed kunnen zijn op de grootte van het subsidiebedrag.