Naar hoofdinhoud
: Spreekregels Een lid, de burgemeester of een wethouder voert het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben. De volgorde van sprekers wordt geregeld in artikelen 23 en 34. De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer een lid het woord vraagt over de orde van de vergadering. De voorzitter kan een interruptie uitdrukkelijk of stilzwijgend toelaten. De raadsleden en overige aanwezigen, spreken vanaf de door de voorzitter aangewezen plaats of vanaf hun eigen zitplaats en richten zich tot de voorzitter.

Rechtspraak bij dit artikel