Naar hoofdinhoud
1.. Elk lid van de raad kan voorafgaand aan de vergadering van de raad mondeling vragen stellen aan burgemeester en wethouders over het door (een lid van) het college gevoerde bestuur met betrekking tot een actueel onderwerp. 2.. Het lid dat mondelinge vragen wil stellen meldt dit onder opgave van het onderwerp schriftelijk via de griffier bij de voorzitter aan uiterlijk op maandag vóór 12:00 uur voorafgaand de raadsvergadering. 3.. De voorzitter kan weigeren een onderwerp tijdens het vragenuur aan de orde te stellen als hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig omschreven acht, in het onderwerp naar zijn inzicht de actualiteit ontbreekt of als het onderwerp in de vergadering op diezelfde dag aan de orde komt. 4.. De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragenuur aan de orde worden gesteld waarbij het tijdstip van aanmelding doorslaggevend is. 5.. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college te stellen en een toelichting daarop te geven. 6.. Na de beantwoording door het college krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen. 7.. Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. 8.. Tijdens het vragenuur kunnen geen moties worden ingediend en worden geen interrupties toegelaten.

Rechtspraak bij dit artikel