Naar hoofdinhoud

Artikel 12.7

Intrekking vorige versie

Onderdeel van Bouwverordening 2012

De Bouwverordening Amersfoort 2010 wordt ingetrokken. Artikel 12.8 Citeertitel Deze verordening heet Bouwverordening Amersfoort 2012. Vastgesteld in de openbare vergadering van 24 april 2012. de griffier, de voorzitter, PUBLICATIEDATUM: BIJLAGEN 1 T/M 8 (Vervallen) BIJLAGE 9 REGLEMENT VAN ORDE VAN DE WELSTANDSCOMMISSIE Artikel 1 Aanwijzing welstandscommissie Als deskundig college voor het schriftelijk uitbrengen van advies bij de toepassing van de voorschriften omtrent welstand en over vormgevingaspecten van gebouwen en andere elementen van de openbare ruimte wordt aangewezen de Welstandscommissie als bedoeld in de Woningwet, hierna te noemen “de commissie”. Artikel 2 Benoeming van de welstandscommissie Als ambtelijk adviseur wordt aan de commissie toegevoegd de directeur van de sector Stedelijke Ontwikkeling en Beheer. Deze ambtelijke adviseur kan zich door een of meer personen laten vervangen. De in lid 1 genoemde adviseur verstrekt aan de commissie alle gegevens, die in verband met de uitoefening van zijn taak nodig zijn. Indien zulks voor een juiste taakuitoefening van de commissie gewenst is, kan de commissie uit eigen beweging ook andere deskundigen raadplegen. Burgemeester en wethouders wijzen een ambtenaar van de gemeente als secretaris van de commissie aan. Van de leden treedt er elk jaar op 1 september, ten minste één af volgens een, op aanbeveling van de commissie, door burgemeester en wethouders vast te stellen rooster. Artikel 3 Beoordeling Een lid dat als opdrachtgever of als ontwerper bij een door de commissie te beoordelen ontwerp is betrokken, onthoudt zich van medewerking aan de beoordeling daarvan. Artikel 4 Zaken van eenvoudige aard Bouwzaken en reclames van eenvoudige aard mogen door één van de leden van de commissie of door een subcommissie worden geadviseerd. Artikel 5 Vooroverleg Het is mogelijk om met een lid, dan wel met meerdere leden van de commissie in vooroverleg te treden. Het vooroverleg dient zich bij bouwplannen en bespreekplannen te beperken tot twee en in uitzonderingssituaties drie besprekingen. Het resultaat van het vooroverleg wordt schriftelijk vastgelegd. Artikel 6 Wijze van vergaderen De commissie vergadert zo dikwijls als naar het oordeel van de voorzitter in verband met de te behandelen zaken noodzakelijk is, of wanneer zulks door ten minste drie leden onder opgaaf van redenen wordt verzocht. De oproeping tot de vergadering van de commissie geschiedt door de voorzitter, met dien verstande dat elk lid, spoedeisende gevallen uitgezonderd, tenminste driemaal 24 uur voor het tijdstip van aanvang van de vergadering daarvan kennis heeft kunnen nemen. Artikel 7 Verboden handelingen Een lid van de commissie belast zich niet met het maken of wijzigen van een gevelontwerp voor een gebouw als de commissie daarover in eerste instantie een afwijzend advies heeft uitgebracht, tenzij het beoordeelde werk van hem afkomstig is. BIJLAGEN 10, 11 en 12 (Vervallen) BIJLAGE 13 IN TE VULLEN GEGEVENS, ALTERNATIEVEN EN AFWIJKINGEN T.O.V. MODEL BOUWVERORDENING In deze bijlage worden de in te vullen gegevens, alternatieven en afwijkingen in de Bouwverordening Amersfoort aangegeven ten opzichte van de Model-bouwverordening van de VNG. A. in te vullen gegevens en keuze van alternatieven in te vullen gegevens: art. 2.5.3: vervallen; art. 5.1.2, lid 1: 30 meter; art. 6.1.2, lid 3: drievoud; art. 8.1.2, lid 6: drievoud; art. 8.2.1, lid 3: drievoud; keuze van alternatieven: art. 1.3: vervallen; art. 2.2.3: vervallen; art. 2.5.20: alternatief 1; art. 2.5.21: alternatief 1; art. 2.5.23: alternatief 1; art. 2.5.24: alternatief 1; art. 2.7.4: alternatief 1; art. 2.7.5: alternatief 1; art. 3.1: vervallen; art. 3.2: vervallen; art. 9.1: alternatief 3 (vernummerd tot alternatief 2); art. 9.2: alternatief 3 (zie hierna B 19); art. 9.6 lid 4: alternatief 1; art. 9.7: alternatief 1; B. Afwijkingen van t.o.v. het model van de VNG Art. 2.1.5 lid 3 “Bodemonderzoek”: aanvullen met een lid b, deze luidt als volgt: Voor die gebieden waar op grond van de bodemkwaliteitskaart (zie bijlage 14) van de Gemeente Amersfoort blijkt dat redelijkerwijs geen verontreiniging kan worden verwacht (besluit college van Burgemeester en wethouders 28 januari 2005, kenmerk 913051) wordt door het college van Burgemeester en Wethouders algehele vrijstelling voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek gegeven. Het college acht voor deze gebieden voldoende informatie omtrent de bodemkwaliteit beschikbaar, zoals bedoeld onder 3a. In bovengenoemde gevallen kan worden volstaan met het uitvoeren van het uitvoeren van historisch onderzoek conform de NEN-5725. Indien dit historisch onderzoek hiertoe aanleiding geeft kunnen op grond van artikel 2.4.2 aanvullende eisen worden gesteld”. Art. 2.5.3. vervalt. Art. 2.5.13 "Toegelaten overschrijding van de achtergevelrooilijn", onder b vervalt. Art. 2.5.14 "Vrijstelling voor overschrijdingen van de achtergevelrooilijn", onder a vervalt. Art. 2.5.14, onder b: de zinsnede "binnen de bebouwde kom" vervalt. Art. 2.5.20 "Toegelaten hoogte in de voorgevelrooilijn", lid 1 onder a: de zinsnede "in de bebouwde kom" vervalt. Art. 2.5.20, lid 1, onder b vervalt. Art. 2.5.21 "Toegelaten hoogte in de achtergevelrooilijn", lid 1, onder a: de zinsnede "in de bebouwde kom" vervalt. Art. 2.5.21, lid 1 onder b vervalt. Art. 2.5.23 "Toegelaten hoogte tussen voor- en achtergevelrooilijnen", lid 1 onder a: de zinsnede "in de bebouwde kom" vervalt. Art. 2.5.23, lid 1 onder b vervalt. Art. 2.5.30 "Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij of in gebouwen", hiervoor is een eigen artikeltekst opgenomen. De toelichting hierop is als volgt: Algemeen Op 27 januari 2009 is door de gemeenteraad van Amersfoort de ‘Nota Parkeernormen Amersfoort 2009’ behandeld en zijn de parkeernormen vastgesteld. De parkeernormensystematiek kenmerkt zich onder andere door: aansluiting op de parkeerkencijfers van het CROW; parkeernormen op maat: parkeernormen afhankelijk van specifieke functie van een gebouw en de bereikbaarheid van de locatie; maatwerk in parkeernormen is mogelijk, waarbij het doel is juist voldoende parkeerplaatsen aan te leggen om parkeeroverlast te voorkomen, en te voorkomen dat leegstand op parkeerplaatsen ontstaat. Gestreefd moet worden naar een efficiënte benutting van parkeerplaatsen. Een lagere of hogere parkeernorm hanteren is in sommige gevallen onder bepaalde voorwaarden mogelijk; prijsbeleid voor kantoren op intercity- en knooppuntlocaties en detailhandel op intercity- en knooppuntlocaties: een financiële bijdrage per extra parkeerplaats bij het hanteren van een hogere parkeernorm voor bedrijfsgericht parkeren (werknemersparkeren) om de bereikbaarheid op peil te houden (artikel 2.5.30, lid 3 sub a van deze bouwverordening); mogelijkheden voor gebiedsgerichte aanpak (toetsing per gebied in plaats van per gebouw) waarbij ontheffing van Burgemeester en wethouders nodig is (artikel 2.5.30, lid 7 van deze bouwverordening). Lid 1 ad a Autoparkeergelegenheid dient op eigen terrein te worden gerealiseerd. (Voorschriften over de aanwezigheid en de minimumgrootte van de fietsenstallingen die bij de nieuwbouw of verbouwing van utilitaire gebouwen moeten worden aangebracht, zijn achterwege gelaten, omdat artikel 218 van het Bouwbesluit in één en ander voorziet.) Lid 1 ad b Voor de binnenstad (gebied binnen de Stadsring + Eempleinlocatie) is bepaald dat er zoveel mogelijk gebruik gemaakt moet worden van al aanwezige parkeergelegenheden rondom de binnenstad (meestal de openbare parkeergarages). Zodoende wordt voorkomen dat er extra parkeerverkeer in de binnenstad een parkeerplek zoekt, terwijl de langs de binnenstad gelegen parkeergarages veelal nog voldoende parkeercapaciteit hebben. Lid 2 ad a De autoparkeernormen zoals opgenomen in bijlage 15 zijn op maat bepaald voor de gemeente Amersfoort. De specifieke parkeernorm is afhankelijk van de functie van de bebouwing en de vestigingslocatie. Er is een groot aantal functies genoemd in de diverse categorieën, grotendeels analoog aan de CROW-aanbeveling. De ene functie heeft een grotere verkeersaantrekkende werking dan de andere functie: daarom zijn de parkeernormen per functie verschillend. Voor de vestiging van kantoren en detailhandel wordt onderscheid gemaakt in intercitylocaties, knooppuntlocaties, snelweglocaties en overige locaties. Alle overige ontwikkelingen hebben een parkeernorm die afhankelijk is van de locaties ‘binnenstad’, ‘schil’, en ‘rest bebouwde kom’. Lid 2 ad b Om een efficiënt gebruik van parkeerplaatsen mogelijk te maken, wordt uitgegaan van meervoudig gebruik van parkeerplaatsen. Deze mogelijkheid doet zich met name voor bij combinaties van verschillende functies die een verschillend aanwezigheidspatroon hebben. Per ontwikkeling wordt met een parkeervraagberekening onderzocht of meervoudig gebruik mogelijk is. Veiligheidshalve wordt er een marge aangehouden in de parkeereis. Lid 2 ad c Er wordt gerekend met reductiefactoren om rekening te kunnen houden met het in de praktijk gebleken niet- of onvoldoende gebruiken van parkeergelegenheid op eigen terrein. Lid 2 ad d Er is in veel gevallen sprake van een vaste parkeernorm. Soms is sprake van een norm met een mogelijkheid om - onder voorwaarden - een hoge parkeernorm te hanteren. In sommige gevallen is die hoge norm begrensd. De mogelijkheid om – onder voorwaarden - een hogere parkeernorm te hanteren is opgenomen vanwege de gewenste flexibiliteit om maatwerk te kunnen leveren voor specifieke functies. Uit bijlage 15 blijkt in welke gevallen er sprake is van een vaste parkeernorm en wanneer er sprake is van een norm met een mogelijkheid om - onder voorwaarden - een hoge norm te hanteren. Lid 2 ad e De mogelijkheid wordt hier geboden om – onder voorwaarden - ook parkeerplaatsen boven de hoge norm aan te leggen. In lid 4 zijn deze voorwaarden genoemd. Lid 3 In dit lid worden de voorwaarden beschreven waaraan moet worden voldaan in die gevallen waarin een parkeernorm wordt gehanteerd tussen de norm en de hoge norm. Lid 3 ad a Voor de genoemde combinaties van functie en locatie gelden beide voorwaarden (mobiliteits-profiel èn financiële bijdrage). Kantoren en detailhandel zijn beide sterk verkeersaantrekkend. Intercity- en knooppuntlocaties kampen vanwege de hoge bebouwingsdichtheid met een al zwaarbelast wegennet. Bij die combinatie moet dus zorgvuldig en terughoudend worden omgegaan met het realiseren van extra parkeerplaatsen (mobiliteitstoets) en is financiële bijdrage vereist om compenserende maatregelen te kunnen nemen die de bereikbaarheid van de locatie waarborgen. Voor de mobiliteitstoets wordt het Formulier Mobiliteitstoets gebruikt uit bijlage 15. Lid 3 ad b Voor genoemde combinaties van functie en locatie geldt alleen de voorwaarde van de mobiliteitstoets. De bereikbaarheid van betreffende locaties is beter, maar de verkeersaantrekkende werking van de genoemde functies (op deze locaties) is aanzienlijk. Hier volstaat een mobiliteitstoets om te beargumenteren hoeveel extra parkeerplaatsen noodzakelijk zijn. Voor de mobiliteitstoets wordt het Formulier Mobiliteitstoets gebruikt uit bijlage 15. Lid 4 Dit lid geeft de voorwaarden weer als er meer parkeerplaatsen gewenst worden dat volgens de hoge norm toegestaan is. Lid 4 ad a Voor het aantal parkeerplaatsen dat tussen de norm en de hoge norm wordt aangelegd geldt hetgeen in lid 3 is bepaald. Lid 4 ad b Het aanbieden van parkeergelegenheid leidt per definitie tot autoverkeer. Het aanbieden van parkeergelegenheid boven de hoge norm mag niet leiden tot (meer) doorstromingsproblemen op het Amersfoortse hoofdwegennet. In dat geval zou het openbare belang en de gevolgen voor de gemeenschap niet meer in verhouding staan tot het private belang van parkeergelegenheid boven de hoge norm. De gemeente toetst of er (meer) doorstromingsproblemen ontstaan door de aantrekkende werking op het autoverkeer. Lid 4 ad c Ten minste voor de parkeerplaatsen boven de hoge norm wordt vereist dat die openbaar worden gesteld buiten kantooruren/winkeltijden (afhankelijk van de functie) op ten minste koopavonden en in weekeinden, voor zover die op die momenten niet voor de functie worden gebruikt. Er wordt daarbij zoveel mogelijk aangesloten bij het geldende parkeerregime dat in het openbare gebied aanwezig is. Lid 4 ad d Parkeergelegenheden met een omvang van minimaal 200 plaatsen dienen bij de weggebruiker bekend te worden gemaakt om een optimale benutting van parkeergelegenheden te waarborgen. Het gemeentelijke PRIS biedt de weggebruiker die informatie en aansluiting op dat systeem is dan ook verplicht. De kosten betreffen de kosten van aansluiting op het systeem, bebording en jaarlijkse beheerkosten. Lid 5 Dit lid geeft maatvoorschriften voor parkeervakken, omdat deze voorschriften niet kunnen worden gemist bij het afdwingen van een correcte naleving van lid 2. De verplichting in dat lid om een bepaald aantal parkeerplaatsen aan te brengen zou immers gedeeltelijk kunnen worden ontdoken door alleen parkeervakken met afmetingen voor het kleinste type personenauto, of het grootste type vrachtauto te maken. Een bijkomende reden voor het opnemen van maatvoorschriften voor parkeervakken is de wenselijkheid om de afwijkende maatvoering vast te leggen van parkeerplaatsen voor gehandicapten. Lid 6 De onderhavige bepaling kan ertoe leiden dat een nieuw winkelcentrum wordt voorzien van een zgn. expeditiehof, respectievelijk een nieuw fabrieksgebouw van een laad- en losperron (met een op het fabrieksterrein gelegen bijbehorende opstelstrook voor vrachtauto's). Lid 7 ad a De mogelijkheid tot ontheffing van de eis in het eerste lid onder a en het zesde lid om een parkeergelegenheid of laad- en losgelegenheid op eigen terrein (of onder eigen dak) te maken is onder meer bedoeld voor het geval dat in de nabijheid een gemeenschappelijke parkeervoorziening, laad- en losvoorziening of openbare parkeergarage aanwezig is. Bij de zogenaamde gebiedsgewijze aanpak waarbij een parkeerbalans wordt gehanteerd kan blijken dat er in de omgeving voldoende parkeergelegenheid beschikbaar is. Lid 7 ad b De mogelijkheid tot ontheffing van de eis in het eerste lid onder b kan zich voordoen als op de betreffende locatie waarop de aanvraag betrekking heeft, reeds parkeerplaatsen aanwezig zijn, of als de bepaling kennelijk onredelijke consequenties met zich brengt voor de ontwikkeling als de parkeereis niet op eigen terrein mag worden opgelost. Lid 7 ad c De mogelijkheid tot ontheffing van de eis in het tweede lid om een juiste mate van parkeerruimte conform de parkeernormen te realiseren, is bedoeld voor onder meer uitzonderlijke bouwwerken of specifieke situaties, waarbij duidelijk kan worden aangetoond dat meer of minder parkeerplaatsen noodzakelijk zijn dan volgens de parkeernormen in de bouwverordening. De mogelijkheid tot ontheffing van de eis in het derde lid om aan bepaalde voorwaarden te voldoen bij gebruikmaken van de flexibiliteit van de parkeernorm, is onder meer bedoeld voor specifieke situaties waarbij het stellen van voorwaarden leidt tot kennelijk onredelijke consequenties voor de initiatiefnemer. Art. 5.1.2 vervalt. Art. 7.3.1 vervalt. Toelichting: Artikel 2.2 van het Besluit omgevingsrecht bepaalt dat er een omgevingsvergunning nodig is voor het gebruiken van een bouwwerk waarin bedrijfsmatig of in het kader van verzorging nachtverblijf zal worden verschaft aan meer dan 10 personen. Dit artikel biedt echter ook de mogelijkheid om in de bouwverordening van deze norm af te wijken. Op advies van de brandweer wordt hiervan geen gebruik gemaakt. Art. 8.1.1 vervalt. Art. 8.1.6 vervalt. Art. 9.2, lid 2, vervalt BIJLAGE 14 BODEMKWALITEITSKAART Behorende bij artikel 2.1.5 BIJLAGE 15 AUTOPARKEERNORMEN Behorend bij artikel 2.5.30 (De waarden tussen haakjes - indien van toepassing - is de hoge norm.) Parkeernormen woningen norm functie [eenheid] binnenstad schil Rest bebouwde kom aandeel bezoekers opmerkingen woning duur [per woning] 1,30 (2,00) 1,70 (3,00) 2,00 (3,00) 0,30 woning goedkoop/middelduur en starterswoning [per woning] 1,20 (2,00) 1,50 (3,00) 1,70 (3,00) 0,30 serviceflat/aanleunwoning [per woning] 0,80 (0,80) 0,80 (3,00) 0,80 (3,00) 0,30 zelfstandige woonvorm met zorgfaciliteiten, bestemd voor ouderen met een zorgindicatie verpleeghuis/verzorgingstehuis [per wooneenheid] 0,20 (0,50) 0,20 (3,00) 0,20 (3,00) 0,20 groepswoningen voor bewoners met een zorgindicatie (bijvoorbeeld gehandicapten/dementerenden) niet-zelfstandige woningen [per wooneenheid] 0,20 (0,50) 0,20 (3,00) 0,20 (3,00) 0,20 bijv. studentenkamer zelfstandige 1-kamerwoning [per woning] 0,20 (0,50) 0,20 (3,00) 0,20 (3,00) 0,20 bijv. studentenwoning Parkeernormen kantoren en winkels (Voor kantoren en winkels op intercity- en knooppuntlocaties is bij het gebruik van een norm tussen de vermelde norm en de hoge norm een financiële vergoeding vereist.) norm functie [eenheid] intercitylocaties knooppuntlocaties snelweglocaties overige locaties aandeel bezoekers opmerkingen kantoorgedeelte [100 m2 bvo] 0,40 (0,80) 0,80 (1,60) 2,00 (2,80) 2,00 (2,40) 5% baliegedeelte klanten [balie] 2,00 (4,00) 2,00 (4,00) 2,00 (4,00) 2,00 (4,00) 100% detailhandel binnenstad [100 m2 bvo] - 2,80 - - 85% detailhandel stadsdeelcentra [100 m2 bvo] 2,80 3,30 3,50 (4,00) 3,30 (4,00) 85% wijk-, buurt- en dorpscentra [100 m2 bvo] 3,30 3,30 3,30 (4,00) 3,30 (4,00) 85% grootschalige detailhandel [100 m2 bvo] 4,50 4,50 5,50 (7,50) 5,50 (7,50) 85% Het betreft hier grote publiekstrekkers (bijv. Ikea) ‘Standaard’ bouwmarkten [100 m2 bvo] 2,20 2,20 2,70 2,70 85% Bijv. bouwmarkten en tuincentra showroom (auto's, boten etc.) [100 m2 bvo] 0,70 0,70 1,20 (1,40) 1,20 (1,40) 35% (week)markt [100 m2 bvo] 2,50 2,50 2,50 2,50 85% 1 m1 = 6 m2 (indien geen parkeren achter kraam dan + 1,0 pp per standhouder) Indicatie voor de winkeltypen: stadsdeelcentra > 15.000 m2 vvo, wijk-, buurt- en dorpscentra < 15.000 m2 vvo Parkeernormen overige werkgelegenheid norm functie [eenheid] binnenstad schil rest bebouwde kom aandeel bezoekers opmerkingen arbeidsextensieve / bezoekersextensieve bedrijven (loods, opslag, groothandel, transportbedrijf, etc.) [100 m2 bvo] 0,40 (0,50) 0,50 (0,60) 0,70 (0,80) 5% arbeidsintensieve / bezoekersextensieve bedrijven (industrie, garagebedrijf, laboratorium, werkplaats, etc.) [100 m2 bvo] 1,00 (1,50) 1,50 (2,00) 2,00 (2,50) 5% bedrijfsverzamelgebouw [100 m2 bvo] 0,80 (1,70) 0,80 (1,70) 0,80 (1,70) 10% Parkeernormen horecagelegenheden norm functie [eenheid] binnenstad schil rest bebouwde kom aandeel bezoekers opmerkingen café / bar/ discotheek/cafetaria [100 m2 bvo] 4,00 (6,00) 4,00 (6,00) 5,00 (7,00) 90% restaurant [100 m2 bvo] 8,00 (10,00) 8,00 (10,00) 12,00 (14,00) 80% hotel [kamer] 0,50 (1,50) 0,50 (1,50) 0,50 (1,50) Parkeernormen sociaal culturele voorzieningen norm functie [eenheid] binnenstad schil rest bebouwde kom aandeel bezoekers opmerkingen museum/bibliotheek [100 m2 bvo] 0,30 (0,50) 0,50 (0,70) 0,90 (1,00) 95% bioscoop / theater / schouwburg [zitplaats] 0,10 (0,20) 0,10 (0,20) 0,20 (0,30) 95% evenementenhal/beursgebouw/congresgebouw [100 m2 bvo] 3,00 (4,00) 4,00 (6,00) 5,00 (7,00) 99% sociaal cultureel centrum / wijkgebouw [100 m2 bvo] 1,00 (3,00) 1,00 (3,00) 1,00 (3,00) 90% Parkeernormen sportvoorzieningen norm functie [eenheid] binnenstad schil rest bebouwde kom aandeel bezoekers opmerkingen sporthal (binnen) [100 m2 bvo] 1,50 (2,00) 1,70 (2,20) 2,00 (2,50) 95% Gymlokalen met alleen een schoolfunctie hebben geen parkeervraag; bij sporthal met wedstrijdfunctie: + 0,15 pp per bezoekersplaats sportveld (buiten) [ha. netto terrein] 20,00 (27,00) 20,00 (27,00) 20,00 (27,00) 95% Alleen het oppervlak van het sportveld nemen, dus exclusief kleedruimtes, toiletten, etc. dansstudio / sportschool [100 m2 bvo] 2,00 (3,00) 2,00 (3,00) 3,00 (4,00) 95% squashbanen [baan] 1,00 (1,50) 1,00 (1,50) 1,00 (1,50) 90% tennisbanen [baan] 2,00 (3,00) 2,00 (3,00) 2,00 (3,00) 90% golfbaan [hole] 6,00 (8,00) 95% bowlingbaan / biljartzaal [baan/tafel] 1,50 (2,50) 1,50 (2,50) 1,50 (2,50) 95% stadion [zitplaats] 0,12 (0,20) 0,12 (0,20) 0,12 (0,20) 99% zwembad [100 m² opp. bassin] 7,00 (9,00) 8,00 (10,00) 9,00 (11,00) 90% manege [box] 0,30 (0,50) 90% Parkeernormen zorgvoorzieningen norm functie [eenheid] binnenstad schil rest bebouwde kom aandeel bezoekers opmerkingen ziekenhuis [bed] 1,70 (1,90) 1,70 (1,90) 1,70 (1,90) Bij gespreide bezoektijden norm 1,50 (1,70) gebruiken. verpleeg- verzorgingstehuis [wooneenheid] 0,50 (0,70) 0,50 (0,70) 0,50 (0,70) 60% arts / maatschap / therapeut / consultatiebureau [behandelkamer] 1,50 (2,00) 1,50 (onbegrensd) 1,50 (onbegrensd) 65% eerste 2 behandelkamers 4 pp/behandelkamer; voor iedere volgende behandelkamer 1,5 pp/behandelkamer. Parkeernormen onderwijsvoorzieningen norm functie [eenheid] binnenstad schil rest bebouwde kom aandeel bezoekers opmerkingen beroepsonderwijs dag (WO, HBO) [collegezaal] 20,00 20,00 20,00 totale parkeervraag is collegezalen + leslokalen; collegezaal is circa 150 zitplaatsen beroepsonderwijs dag (MBO, ROC, WO, HBO) [leslokaal] 5,00 (7,00) 5,00 (7,00) 5,00 (7,00) totale parkeervraag is collegezalen + leslokalen; leslokaal is circa 30 zitplaatsen voorbereidend beroepsonderwijs (dagonderwijs Vwo, Havo, Vmbo) [leslokaal] 0,50 (1,00) 0,50 (1,00) 0,50 (1,00) leslokaal is circa 30 zitplaatsen avondonderwijs [student] 0,50 (1,00) 0,50 (1,00) 0,50 (1,00) basisonderwijs [leslokaal] 0,50 (1,00) 0,50 (1,00) 0,50 (1,00) exclusief Kiss&Ride; leslokaal is circa 30 zitplaatsen creche / peuterspeelzaal / kinderdagverblijf [arbeidsplaats] 0,60 (0,80) 0,60 (0,80) 0,60 (0,80) exclusief Kiss&Ride; arbeidsplaats = het gelijktijdig aanwezige aantal werknemers Parkeernormen overige voorzieningen norm functie [eenheid] binnenstad schil rest bebouwde kom aandeel bezoekers opmerkingen themapark / pretpark [ha. netto terrein] 8,00 (12,00) 8,00 (12,00) 8,00 (12,00) 99% overdekte speeltuin/hal [100 m2 bvo] 7,50 (12,00) 7,50 (12,00) 7,50 (12,00) 90% volkstuin [perceel] 0,30 (0,30) religiegebouw (kerk, moskee, etcetera) [per zitplaats] 0,10 (0,20) 0,10 (0,20) 0,10 (0,20) 100% begraafplaats/crematorium [gelijktijdige begrafenis/crematie] 22,50 (30,00) 22,50 (30,00) 22,50 (30,00) Algemene opmerkingen/definities: bvo bruto vloeroppervlak vvo verkoop netto vloeroppervlak grootschalige detailhandel winkelformules die vanwege de omvang en aard van het assortiment een groot oppervlak nodig hebben en welke bij voorkeur gelegen zijn op perifere locaties (bijvoorbeeld grote publiekstrekkende tuin/meubelcentra met (boven)regionale functie. Het gaat niet om standaard bouwmarkten of tuincentra. perifeer alle terreinen of locaties binnen de bebouwde kom die niet binnen of nabij een bestaand of gepland winkelgebied liggen. Kiss & Ride Het brengen en halen bij basisscholen en kinderdagverblijven is geen onderdeel van de parkeernormensystematiek. Voor het aantal parkeerplaatsen voor brengen en halen met de auto bij kinderdagverblijven en basisscholen geldt een rekenregel (zie CROW-publicatie 182) die uitgaat van het aantal leerlingen vermenigvuldigd met het aandeel brengen/halen vermenigvuldigd met reductiefactoren voor de parkeerduur en het voor het aantal kinderen per auto. Samengevat: rekenregel basisscholen en kinderdagverblijven: Voor de verschillende groepen kunnen andere factoren gebruikt worden. Hieronder de uitwerking conform CROW publicatie: Basisscholen groepen 1 t/m 3 aantal leerlingen x % leerlingen met auto x 0,5 x 0,75 Reductiefactor parkeerduur * 0,5, omdat de parkeerduur bij groepen 1 t/m 3 gemiddeld 10 minuten in perioden van 20 minuten bedraagt; Reductiefactor aantal kinderen per auto = 0,75 voor groepen 1 t/m 3. groepen 4 t/m 8 Aantal leerlingen x % leerlingen met auto x 0,25 x 0,85 Reductiefactor parkeerduur = 0,25, omdat de parkeerduur bij groepen 4 t/m 8 gemiddeld 2,5 minuut in perioden van 10 minuten bedraagt; Reductiefactor aantal kinderen per auto = 0,85 voor groepen 4 t/m 8. Kinderdagverblijf Reductiefactor parkeerduur = 0,25, omdat parkeerduur bij kinderdagverblijven gemiddeld 15 minuten in perioden van 60 minuten bedraagt; Reductie factor aantal kinderen per auto = 0,75 voor kinderdagverblijf. Deze rekenmethode kan ook toegepast worden voor vergelijkbare instellingen, waar breng- en haalvoorzieningen gewenst zijn. Voor beide voorzieningen geldt dat het percentage leerlingen dat met de auto gebracht en gehaald wordt tussen de 1% en 60% ligt. Dit is afhankelijk van de stedelijkheidsgraad, de locatie (binnenstad, schil, rest bebouwde kom), en de gemiddelde afstand naar school. Gemiddeld ligt het percentage op: Groepen 1 t/m 3: 30 – 60 % Groepen 4 t/m 8: 5 – 40 % Kinderdagverblijf: 50 – 80 %. Bij gescheiden aanvangs- en eindtijden van de groepen 1 t/m 3 en 4 t/m 8 mag het aantal parkeerplaatsen met maximaal 40% worden gereduceerd. Gehandicaptenparkeren Voor het aantal gehandicaptenparkeerplaatsen bij gemengde functies op openbare parkeerterreinen en in openbare parkeergarages wordt een percentage van 2% op het totaal aantal beschikbare plaatsen gehanteerd. Bij openbare voorzieningen is er minimaal 1 gehandicaptenparkeerplaats aanwezig. Aanwezigheidspercentages voor berekening meervoudig gebruik Let op ‘Gebruik van de tabellen’ onder b. werkdag zaterdag zondag ochtend middag avond koopavond middag avond middag woningen 50 60 100 90 60 60 70 detailhandel (food) 30 70 20 100 100 0 0 detailhandel (non-food) 30 70 0 100 100 0 0 kantoren 100 100 5 10 5 0 0 commerciële ruimte aan huis 100 100 80 80 80 80 80 bedrijven 100 100 5 10 5 0 0 consumentgerichte bedrijvigheid ¹ 30 75 5 100 100 0 0 sociaal cultureel 10 40 100 100 60 90 25 sociaal medisch 100 100 30 15 15 5 5 ziekenhuis 85 100 40 25 25 40 40 dagonderwijs ² 100 100 0 0 0 0 0 avondonderwijs 0 0 100 0 0 0 0 bibliotheek 30 70 100 75 75 0 0 museum 20 45 0 100 100 0 90 restaurant 10 40 90 70 70 100 40 café 10 40 90 75 75 100 45 bioscoop, theater 15 30 90 60 60 100 60 zwembad 100 80 100 100 100 100 100 sport ³ 30 50 100 100 100 90 85 1) Tuincentra, Doe-het-zelf- en bouwmarkten, autoshowroom. 2) Inclusief crèche, kinderdagverblijf, peuterspeelzaal. 3) Inclusief sporthal, dansschool. Tabel: Aanwezigheidspercentages (bron: CROW) Reductiefactoren parkeervoorziening theoretisch aantal berekenings-aantal opmerking Enkele oprit/carport zonder garage 1 0,8 oprit min. 6,0 meter diep en 2,5 meter breed Lange oprit/carport zonder garage 2 1,0 oprit min. 10,5 meter diep en 2,5 meter breed Dubbele oprit/carport zonder garage 2 1,7 oprit min. 5,5 meter breed Garage zonder oprit (bij woning) 1 0,4 Garagebox (niet bij woning) 1 0,5 garage min. 5,0 meter diep en 2,80 meter breed Garage met enkele oprit 2 1,0 oprit min. 5,5 meter diep Garage met lange oprit 3 1,3 Garage met dubbele oprit 3 1,8 oprit min. 5,5 meter breed Een garage wordt pas meegerekend als er tevens een schuur/opslagruimte aanwezig is op het betreffende perceel. Tabel: Reductiefactoren parkeervoorzieningen op eigen terrein Acceptabele loopafstanden Hoofdfunctie Acceptabele loopafstanden (in meter) Wonen 200 – 400 m (binnenstad eerste auto), 150 m (overig) Winkelen 200-600 Werken 200-800 Ontspanning 100 Gezondheidszorg 100 Onderwijs 100 Tabel: Acceptabele loopafstanden (bron: CROW en Parkeerbeleidsplan ‘Kiezen of Delen’, 2005) Gebruik van de tabellen Parkeernormen worden alleen voorschrijvend gehanteerd voor een nieuwbouw- en uitbreidingsontwikkeling en voor een functiewijziging, waar een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen of voor het afwijken van het bestemmingsplan afgegeven moet worden. Voor alle overige situaties kunnen de normen alleen ter indicatie van de parkeervraag worden gehanteerd. De vraag naar parkeerplaatsen wordt berekend aan de hand van de parkeernormen, en aan de hand van rekenwaarden/-methoden voor meervoudig gebruik van parkeerplaatsen, voor Kiss&Rideplaatsen, voor reductiefactoren en voor gehandicaptenplaatsen. Als rekenregel bij meervoudig gebruik van parkeerplaatsen geldt dat de parkeereis gelijk is aan het berekende aantal parkeerplaatsen bij meervoudig gebruik + 25% van het verschil tussen de berekening bij stapeling en bij meervoudig gebruik. De parkeernormen maken onderscheid in de locatie voor woningen naar: binnenstad (het gebied binnen de Stadsring en het Plantsoen Noord, Oost en West, en het Eempleingebied tussen de Eem, de Eemlaan en de Nieuwe Poort); schil (de parkeerreguleringsgebieden direct rondom de binnenstad, zoals vastgelegd in de Verordening Parkeerbelastingen); rest bebouwde kom (alle overige locaties). Voorts zijn er de volgende locaties: intercitylocaties: locaties binnen een maximale loopafstand (vanaf de hoofdentree van het gebouw) van 800 meter tot de noord-, dan wel de zuidingang van Amersfoort CS; knooppuntlocaties: locaties (niet zijnde intercitylocaties) binnen een maximale loopafstand van 600 meter tot de noord-, dan wel de zuidingang van een NS-station enerzijds én binnen een maximale rijafstand van 2.000 meter tot een op- / afrit van een autosnelweg of 500 meter tot een gebiedsontsluitingsweg anderzijds; locaties (niet zijnde intercitylocaties) voor zover gelegen binnen het gebied dat overeenkomt met tariefzone A zoals opgenomen in de Verordening Parkeerbelastingen van de gemeente Amersfoort; snelweglocaties: locaties (niet zijnde intercitylocaties of knooppuntlocaties) binnen een maximale rijafstand van 2.000 meter tot een op- / afrit van een autosnelweg; overige locaties: locaties, niet zijnde intercitylocaties, knooppuntlocaties of snelweglocaties. Voor woningen wordt in de parkeernormen een onderscheid gemaakt in goedkope/middeldure (verkoopwaarde v.o.n. t/m € 260.000,- in prijspeiljaar 2008) en dure koopwoningen. Deze waarde wordt voor het eerst in 2009 jaarlijks geïndexeerd en volgt de jaarlijkse indexeringen van het woningbouwprogramma Vathorst (volgens de GREX-Vathorst). Voor huurwoningen wordt uitgegaan van de stichtingskosten van de woningen. De tussen haakjes aangegeven waarden betreffen de ‘hoge norm’. Als er geen waarden tussen haakjes zijn vermeld, is er geen hogere norm dan de norm toegestaan. Bij het gebruik van parkeernormen kunnen zich de volgende situaties voordoen: Er is sprake van één vaste parkeernorm (er is geen hoge norm). Er is sprake van een parkeernorm en een hoge norm die tussen haakjes is vermeld (een parkeernorm of ‘onbegrensd’). Een eventueel hogere te hanteren norm dan de parkeernorm is beperkt tot de hoge norm. Om in deze situatie een hogere parkeernorm te gebruiken gelden voor bepaalde functies op een aantal locaties een aantal voorwaarden: er wordt een bijdrage per extra gerealiseerde parkeerplaats tussen de norm en de hoge norm vereist, evenals een mobiliteitsprofiel van de aanvrager. De financiële bijdrage geldt alleen voor kantoren en detailhandel op intercity- en knooppuntlocaties. Het overleggen van een mobiliteitsprofiel is vereist voor kantoren op alle locaties en voor detailhandel op intercity- en knooppuntlocaties. De aanleg van minder parkeerplaatsen dan de norm voorschrijft en de aanleg van meer parkeerplaatsen dan de hoge norm voorschrijft wordt behandeld volgens de door het college vastgestelde beleidsregels. De norm is inclusief het bezoekersparkeren. De parkeerplaatsen voor bezoekers moeten openbaar toegankelijk zijn. Het aantal bezoekersplaatsen kan bepaald worden met de waarden in de kolom ‘aandeel bezoekers’. De (som van de) berekende parkeervraag wordt in gehele getallen naar boven afgerond. Een parkeergarage die aan de woning is gebouwd, telt in nieuwe situaties alleen mee voor het parkeren op eigen terrein, als de woning is voorzien van een schuur of andere opslagruimte, die in omvang geschikt is voor de opslag van gebruikelijke huishoudelijke goederen (ca. 10% van de vloeroppervlakte van de woning). De ruimte op eigen terrein vóór de garage en de woning wordt alleen dan meegeteld als die voldoende ruimte biedt voor het opstellen van een auto en zolang naast de geparkeerde auto nog voldoende loopruimte aanwezig blijft. De totale parkeernorm voor kantoren bestaat uit een bedrijfsgericht deel, waarin een aandeel voor bezoekersparkeren is opgenomen. Wanneer er balies zijn, komt daar de norm voor het baliegedeelte bovenop; ten minste die plaatsen moeten openbaar toegankelijk zijn. Woningen voor ouderen en gehandicaptenhuisvesting zijn altijd zelfstandige woningen. Als de woningen zijn gelegen nabij zorgcomplexen zal een gedeelte van deze woningen bewoond worden door mensen met een zorgindicatie. In complexen met appartementen die bestemd zijn voor senioren zal ook bij de start van de bewoning een gemengde leeftijdsopbouw worden nagestreefd. Als het duidelijk is dat een appartementencomplex bewoond zal worden door een mix van mensen met een zorgindicatie, mensen van 75 + en jongere ouderen zal de parkeernorm hierop aangepast kunnen worden. Hierbij wordt ervan uit gegaan dat de senioren van 75+ en de senioren met een zorgindicatie een lagere parkeernorm hebben (norm van de functie serviceflat/aanleunwoning). Voor een deel van de flat zal de algemene parkeernorm worden aangehouden. Bij clusterwonen en beschermd wonen waarbij geen sprake is van zelfstandig wonen, gelden de normen van serviceflat/aanleunwoning. Dit betekent dat er steeds gekeken moet worden voor wie een complex seniorenappartementen is bedoeld. In de startnotitie die wordt opgesteld voordat een project van start gaat moet duidelijk zijn aangegeven voor welke doelgroepen deze appartementen zijn bedoeld. Bij twijfel geldt altijd de normale parkeernorm gebaseerd op de prijs van de woning. Bij woningen met een commerciële ruimte aan huis kan het gaan om verschillende doeleinden zoals zakelijke dienstverlening, maatschappelijke dienstverlening en aan huis gebonden beroepen, zoals een kapper, een accountant, een schoonheidssalon of een ambachtelijk bedrijfje. Een belangrijk kenmerk van deze ruimten is dat ze kleinschalig zijn en dat het moet passen binnen het woonmilieu. Afhankelijk van de mogelijkheden die het bestemmingsplan voorschrijft, zal per situatie maatwerk geleverd moeten worden wat de parkeernorm betreft. Dat betekent dat de gemeente de te verwachten parkeervraag moet beoordelen op de beschikbare ruimte in het openbaar gebied, wanneer parkeren op eigen terrein niet mogelijk is. In dat geval is beleidsregel 1 aan de orde. Ter stimulering van de beroepsuitoefening aan huis, is er een beleidsregel voor een ontheffing van de parkeereis, voor een parkeertekort tot maximaal drie plaatsen op de openbare weg. Voorwaarde daarbij is dat die parkeerruimte op de openbare weg aanwezig is, zonder daarbij de grens van 80% bezettingsgraad te overschrijden. Nieuw-voor-oud-regel: bij functiewijziging (waarbij het pand blijft staan) kan worden afgeweken van de parkeernorm op eigen terrein, als de parkeervraag die bij de nieuwe functie hoort, lager of gelijk is aan de parkeervraag (op basis van de parkeernorm die gold bij de bouwaanvraag) van de oude functie. In dat geval hoeven er geen extra parkeerplaatsen te worden gerealiseerd. Als de norm voor de nieuwe functie hoger is, moet het verschil aan parkeerplaatsen tussen de nieuwe parkeereis en de bestaande (aan de oude functie toe te wijzen plaatsen) extra worden aangelegd. Wanneer niet vooraf bekend is welke functies zich in een gebouw gaan vestigen, wordt per aanvraag bekeken welke parkeereis gesteld moet worden, daarbij rekening houdend met de volgens het bestemmingsplan toegestane functies. In bijzondere gevallen en in gevallen waarin de beleidsregels of de parkeernormen niet voorzien, is het college bevoegd bij gemotiveerd besluit van de beleidsregels en/of de normen af te wijken. Bij voorkeur wordt daarbij in een nieuwe of een gewijzigde beleidsregel, of een parkeernorm voorzien. Definities gebruikte termen in Bijlage 15 Autosnelweg Een openbare weg voorzien van een autosnelwegbebording. Bestemmingsplan Een bestemmingsplan als bedoeld in de Wet op de Ruimtelijke Ordening dan wel een stadsvernieuwingsplan als bedoeld in de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing. Bouwverordening Een verordening als bedoeld in artikel 8 van de Woningwet. Klantparkeren Alle parkeren bij een voorziening, anders dan door bewoners/bezoek en werknemers. Gebiedsontsluitingsweg Een openbare weg die als gebiedsontsluitingsweg is aangewezen in een verkeer- en vervoerplan, wegcategoriseringsplan of een ander door de gemeenteraad vastgesteld beleidsplan. Locaties intercitylocaties: locaties binnen een maximale loopafstand (vanaf de hoofdentree van het gebouw) van 800 meter tot de noord-, dan wel de zuidingang van Amersfoort CS; knooppuntlocaties: locaties (niet zijnde intercitylocaties) binnen een maximale loopafstand van 600 meter tot de noord-, dan wel de zuidingang van een NS-station enerzijds én binnen een maximale rijafstand van 2.000 meter tot een op- / afrit van een autosnelweg of 500 meter tot een gebiedsontsluitingsweg anderzijds; locaties (niet zijnde intercitylocaties) voor zover gelegen binnen het gebied dat overeenkomt met tariefzone A zoals opgenomen in de Verordening Parkeerbelastingen van de gemeente Amersfoort; snelweglocaties: locaties (niet zijnde intercitylocaties of knooppuntlocaties) binnen een maximale rijafstand van 2.000 meter tot een op- / afrit van een autosnelweg; overige locaties: locaties, niet zijnde intercitylocaties, knooppuntlocaties of snelweg- locaties. Loopafstand De afstand zoals door een voetganger af te leggen via een voor voetgangers toegankelijke, gebruikelijke en logische route. Maximumparkeernorm Maximaal toegestane parkeernorm vanuit parkeer- en mobiliteitsoogpunt voor een nieuw ruimtelijk project/plan op een bepaalde locatie. Mobiliteitsprofiel Een mobiliteitsprofiel biedt inzicht in de te verwachten mobiliteit naar modaliteit, de wijze van beïnvloeding van deze modaliteit (bijvoorbeeld door vervoersmanagement) en het aantal benodigde parkeerplaatsen. Mobiliteitstoets Een gemeentelijke toets van het door een initiatiefnemer ingediende mobiliteitsprofiel. Norm Vereiste parkeernorm vanuit parkeer- en mobiliteitsoogpunt voor een nieuw ruimtelijk project/plan op een bepaalde locatie. Parkeerbalans Een parkeerbalans geeft op diverse momenten de balans in beeld van de vraag naar parkeerplaatsen en het aanbod aan parkeerplaatsen. Parkeerbeleid Parkeerbeleid is een bewuste inzet van parkeerinstrumenten, gericht op vooraf gestelde doelen. Parkeereis/Parkeerplaatsverplichting Het aantal parkeerplaatsen dat een initiatiefnemer moet realiseren op grond van de te gebruiken parkeernorm. Deze parkeerplaatsverplichting wordt opgenomen in de omgevingsvergunning. Parkeerkencijfers Parkeerkencijfers zijn op de praktijk gebaseerde cijfers die kunnen worden gebruikt als hulpmiddel bij het bepalen van het aantal parkeerplaatsen voor een (aantal) functie(s). Parkeernormen Parkeernormen geven het aantal parkeerplaatsen voor een bepaalde functie of groep functies aan dat niet mag worden over- of onderschreden. Gemeenten stellen hun eigen parkeernormen vast, normaliter op basis van parkeerkencijfers en eigen parkeer- en locatiebeleid. Rijafstand De afstand zoals door een automobilist af te leggen via een voor auto’s toegankelijke, gebruikelijke en logische route. Vervoermanagement Vervoermanagement is de zorg van het management van bedrijven en instellingen voor personenvervoer gericht op een selectief autogebruik. BIJLAGE 16 FORMULIER MOBILITEITSPROFIEL Formulier Mobiliteitsprofiel Bedrijf/Instelling: Invuller: Dhr./Mw. Telefoon: E-mail: Datum: Vraag 1 Hoeveel werknemers gaan gelijktijdig op de betreffende locatie werken? Vraag 2 (voor bestaande bedrijven/instellingen) Hoe komen uw werknemers nu naar het werk? (% lopend/fiets/openbaar vervoer/auto) Vraag 3 Op welke wijze worden werknemers gestimuleerd in het woon-werkverkeer en het zakelijk verkeer gebruik te maken van de fiets? (meerdere antwoorden mogelijk) O met een reiskostenvergoeding voor de fiets O met een aanschafregeling voor een fiets O met een gratis abonnement voor een fietsenstalling O met een goede afgesloten fietsenstalling O door geen autoparkeerplaats aan te bieden O door geen vergoeding te geven voor gereden autokilometers in het woon-werkverkeer O anders, namelijk …… Vraag 4 Op welke wijze worden werknemers gestimuleerd in het woon-werkverkeer en het zakelijk verkeer gebruik te maken van het openbaar vervoer (bus, trein)? (meerdere antwoorden mogelijk) O met een reiskostenvergoeding voor de het openbaar vervoer O met de inzet van personeelsvervoer O door geen autoparkeerplaats aan te bieden O door geen vergoeding te geven voor gereden autokilometers in het woon-werkverkeer O anders, namelijk …… Vraag 5 Op welke wijze worden bezoekers gestimuleerd gebruik te maken van de fiets? (meerdere antwoorden mogelijk) O met een routebeschrijving per fiets O met een reiskostenvergoeding voor de fiets O door geen autoparkeerplaats aan te bieden O met goede fietsparkeervoorzieningen O met een gratis fietsenstalling O anders, namelijk …… Vraag 6 Op welke wijze worden bezoekers gestimuleerd gebruik te maken van het openbaar vervoer (bus, trein)? (meerdere antwoorden mogelijk) O met een routebeschrijving per openbaar vervoer O met een reiskostenvergoeding voor het openbaar vervoer O door geen autoparkeerplaats aan te bieden O met de inzet van consumentenvervoer O anders, namelijk …… Vraag 7 Heeft u een carpoolregeling? Zo ja, wat houdt die in? Vraag 8 Is er meervoudig gebruik (verschillende groepen parkeerders maken op verschillende tijden gebruik van de parkeerplaatsen, waardoor minder parkeerplaatsen nodig zijn) van parkeerplaatsen mogelijk? O ja, want …… O nee, want …… Vraag 9 Hoeveel parkeerplaatsen wilt u realiseren? (Geeft u a.u.b. apart uw berekening aan.) Uw eventuele verdere toelichting: ______________________________________________________________________________ in te vullen door de gemeente: Huidige bereikbaarheidslocatie: intercity/knooppunt/snelweg/overig Toekomstige bereikbaarheidslocatie: intercity/knooppunt/snelweg/overig Aantal parkeerplaatsen volgens norm: …….. parkeerplaatsen Maximum aantal parkeerplaatsen volgens de hoge norm (indien van toepassing): …….. parkeerplaatsen Door bedrijf/instelling gewenste aantal parkeerplaatsen: …….. parkeerplaatsen Toe te staan aantal te realiseren parkeerplaatsen: …….. parkeerplaatsen BIJLAGE 17: TRANSPONERINGSTABEL Met de inwerkingtreding van het Bouwbesluit 2012 op 1 april 2012 vervalt een groot aantal artikelen uit de bouwverordening 2010. In deze bijlage een transponeringstabel voor de betreffende artikelen met verwijzing naar het overeenkomstige artikel in het Bouwbesluit 2012. Artikel Bouwverordening 2010 Nieuw artikel Bouwbesluit 2012 Artikel 2.5.3 Artikelen 6.30 lid 1, 6.37 en 6.38 Artikel 2.5.4 Artikel 6.49 Artikel 2.7.1 Artikel 6.14 Artikel 2.7.2 Artikel 6.10 lid 1 Artikel 2.7.3 Artikel 6.10 lid 2 Artikel 2.7.4 Artikel 6.18 Artikel 2.7.5 Artikel 6.4 Artikel 2.7.6 Artikel 6.18 Artikel 2.7.7 Artikel 1.1 lid 1 Artikel 4.2 Artikel 1.23 Artikel 4.4 Artikel 1.24 Artikel 4.5 Artikel 1.25 Artikel 4.7 Artikel 8.7 Artikel 4.6 Vervalt geheel Artikel 4.8 Artikel 8.2 Artikel 4.9 Artikel 8.2 Artikel 4.10 Artikelen 8.2, 8.4, 8.5, 8.6 en 8.7 Artikel 4.11 Artikel 8.8 en 8.9 Artikel 4.12 Artikel 1.25 Artikel 4.13 Vervalt geheel Artikel 4.14 Artikel 1.25 Artikel 5.1.1 Artikel 7.21 Artikel 5.1.2 Artikelen 6.30 lid 1, 6.37 en 6.38 Artikel 5.1.3 Artikel 6.49 Artikel 5.3.1 Artikel 6.14 Artikel 5.3.2 Artikel 6.10 Artikel 5.3.3 Artikel 6.10 lid 2 Artikel 5.3.4 Artikel 6.18 lid 5 Artikel 5.3.5 Artikel 6.4 Artikel 5.3.6 Artikel 6.18 Artikel 5.3.7 Artikel 1.1 lid 1 Artikel 5.4.1 Artikel 7.21 Artikel 7.1.1 Artikel 7.18 Artikel 7.1.2 Artikel 7.18 Artikel 7.2.1 Artikel 7.20 Artikel 7.2.2 Artikel 7.21 Artikel 7.3.2 Artikel 7.15 Artikel 7.4.1 Artikel 7.21 Artikel 7.5.1 Artikel 7.17 Artikel 7.6.1 Artikel 1.16 Artikel 8.1.1 Artikelen 1.25 en 1.26 Artikel 8.1.6 Artikel 1.26 Artikel 8.1.7 Artikel 1.26 Artikel 8.2.1 Paragraaf 1.7 Artikel 8.2.2 Artikel 1.26 Artikel 8.3.1 Artikel 8.2 Artikel 8.3.2 Artikel 1.32 Artikel 8.3.3 Artikel 1.26 Artikel 8.3.4 Artikel 1.33 Artikel 8.3.5 Vervalt geheel Artikel 8.4.1 Artikelen 8.8 en 8.9 Artikel 9.3 lid 1 Artikel 1 lid 1 sub c en sub o Woningwet Artikel 9.3 lid 2 Artikel 12b lid 4 Artikel 9.3 lid 3 Vervalt geheel Artikel 9.9 Artikel 12 lid 4 Woningwet Artikel 12.2 Vervalt geheel Artikel 12.3 Afdelingen 6.8 en 6.10

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel