Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 13

Artikel 2:73A

Carbidschieten

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening gemeente Hellendoorn 2009

1.. Carbidschieten in de openlucht is verboden. 2.. Het verbod, gesteld in het eerste lid, geldt niet indien: carbidschieten plaatsvindt op 31 december tussen 10.00 uur en 24.00 uur en op 1 januari tussen 00.00 uur en 02.00 uur buiten de bebouwde kom waarbij gebruik wordt gemaakt van melkbussen en/of dergelijke voorwerpen met een maximale inhoud van 50 liter, met gebruikmaking van acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumcarbid (carbid) en water of gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen, mits daarbij geen handelingen worden verricht of nagelaten waarvan degene die het carbidschieten verricht of degene, onder wiens toezicht hij staat, weet of rede-lijkerwijs kan vermoeden dat daardoor gevaar, schade of hinder kan optreden voor personen of voor de omgeving; de plaats buiten de bebouwde kom vanwaar geschoten wordt is gelegen: op een afstand van ten minste 75 meter van woonbebouwing en op een afstand van ten minste 300 meter van inrichtingen voor gezondheidszorg en op een afstand van ten minste 300 meter van in gebruik zijnde voorzieningen voor het houden van dieren en op een afstand van ten minste 500 meter van een vogelrichtlijngebied, zoals het zuidelijk gedeelte van het Nationaal Park De Sallandse Heuvelrug en; zodat een vrijschootsveld van minimaal 75 meter aanwezig is en hierin geen verharde openbare wegen of paden liggen en; binnen een cirkel met een straal van 100 meter rond de plaats waar het carbidschieten plaatsvindt in totaliteit niet meer dan tien bussen aanwezig zijn; er geen busdeksels of soortgelijke gevaarlijke projectielen worden gebruikt om met behulp van carbid te worden weggeschoten; er wordt geschoten door een persoon van 16 jaar of ouder, niet onder invloed zijnde van alcohol of drugs, mits het schieten door een persoon van 16 of 17 jaar plaatsvindt onder toezicht van één of meerdere personen van 18 jaar of ouder. 3.. Het bevoegde bestuursorgaan kan ter voorkoming van gevaar, schade of overlast of in het belang van de natuurbescherming, plaatsen aanwijzen waar het gestelde in het tweede lid niet van toepassing is. 4.. Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het in het in het eerste lid gestelde verbod. 5.. Het in dit artikel bepaalde geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie, de Wet milieugevaarlijke stoffen, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van Strafrecht.

Rechtspraak bij dit artikel