Het is verboden buiten een daarvoor door het college
bestemde plaats en buiten een inrichting in de zin van de
Wet milieubeheer een afvalstof, stof of voorwerp op of in de
bodem te brengen, te storten, te houden, achter te laten of
anderszins te plaatsen op een wijze die aanleiding kan geven
tot hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu.
Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.
Het verbod is niet van toepassing op:
het overeenkomstig deze verordening ter inzameling
aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen of
bedrijfsafvalstoffen;
het thuis composteren van groente-, fruit- en
tuinafval;
voor zover de (afval)stoffen tijdelijk op de weg
geraken of worden gebracht als onvermijdelijk gevolg
van het laden, lossen of vervoeren van afvalstoffen
dan wel het verrichten van andere werkzaamheden op
of aan de weg.
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover
de Wet bodembescherming of het Besluit Bodemkwaliteit
voorziet in de beoogde bescherming van het milieu.
Op het verlenen van ontheffing op het verbod, zoals bedoeld
in het tweede lid, wordt paragraaf 4.1.3.3. Awb (lex
silencio positivio) om dwingende redenen van algemeen
belang, zoals de openbare orde, de openbare veiligheid en
volksgezondheid en de bescherming van het milieu en het
stedelijk milieu, niet van toepassing verklaard.
Paragraaf 5
Artikel 16
Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging
Onderdeel van Afvalstoffenverordening 2010