**1..** De belasting wordt geheven:
voor het tot stand brengen van een aansluiting op de gemeentelijke riolering van degene die van het perceel het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, en
van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd;
**2..** Met betrekking tot de belasting als bedoeld in het eerste lid, letter a, wordt ingeval het perceel een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig bij het kadaster bekend staat, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.
**3..** Met betrekking tot de belasting als bedoeld in het eerste lid, letter b, wordt als gebruiker aangemerkt:
degene die naar de omstandigheden beoordeeld het eigendom al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of peroonlijk recht gebruikt;
ingeval een gedeelte van eeen eigendom - niet een gedeelte als bedoeld in artikel 4 - voor gebruik is afgestaan: degenen die dat gedeelte voor gebruik heeft afgestaan.
Artikel 3
Belastbaar feit en belastingplicht
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2010