De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder
afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording
verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur.
Zij geven ongevraagd aan het algemeen bestuur alle informatie
die voor een juiste beoordeling van het door het dagelijks
bestuur te voeren en gevoerde bestuur nodig is.
Zij geven – tezamen dan wel afzonderlijk – aan het algemeen
bestuur, wanneer dit bestuur of een of meer leden daarvan hierom
verzoekt, alle gevraagde inlichtingen.
Een lid van het dagelijks bestuur kan door het algemeen bestuur
worden ontslagen, indien dit lid het vertrouwen van het algemeen
bestuur niet meer bezit. In dit geval zijn de artikelen 49 en 50
van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.
Het bepaalde in het eerste tot en met het derde lid is van
overeenkomstige toepassing op de voorzitter voor het door hem
gevoerde bestuur.
HOOFDSTUK 8
Artikel 20
Het dagelijks bestuur en de voorzitter ten opzichte van het algemeen bestuur
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Fryslân