Het dagelijks bestuur biedt jaarlijks een ontwerpbegroting voor
het volgend dienstjaar, alsmede een meerjarenraming voor ten
minste drie op dat dienstjaar aansluitende jaren aan. De
ramingen in de ontwerpbegroting en de meerjarenraming worden
toegelicht. Zowel de ontwerpbegroting als de meerjarenraming
worden twee maanden voordat zij aan het algemeen bestuur worden
aangeboden door het dagelijks bestuur toegezonden aan de
colleges en de raden.
De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de colleges voor een
ieder ter inzage gelegd en tegen betaling van de kosten algemeen
verkrijgbaar gesteld. Artikel 190 lid 2 van de Gemeentewet is
van overeenkomstige toepassing.
De raden en de colleges kunnen over de ontwerpbegroting en de
meerjarenraming het dagelijks bestuur van hun zienswijze doen
blijken. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren bij de
ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt
aangeboden.
Het algemeen bestuur stelt de begroting en de meerjarenraming
vast voor 1 juli van het jaar, voorafgaande aan dat, waarvoor de
begroting moet dienen.
Terstond na de vaststelling zendt het algemeen bestuur, zo
nodig, de begroting en de meerjarenraming aan de colleges en de
raden. Deze kunnen van hun zienswijze doen blijken bij
gedeputeerde staten.
Het dagelijks bestuur zendt de begroting en de meerjarenraming
binnen twee weken doch in ieder geval voor 15 juli aan
gedeputeerde staten.
In de begroting wordt voor elke gemeente voor het jaar waarop de
begroting betrekking heeft de verschuldigde bijdrage aangegeven.
De bijdrage volgens de begroting van een bij contract opgedragen
uitvoerende taak wordt berekend op basis van de kostprijs welke
aan die uitvoerende taak ten grondslag ligt.
Het bepaalde in het derde en het vijfde lid van dit artikel is
mede van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting.
HOOFDSTUK 10
Artikel 29
Begroting en meerjarenraming
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Fryslân