In deze regeling wordt verstaan onder:
a.wet:
Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen;
b.dagopvang:
kinderopvang, verzorgd door een kindercentrum voor kinderen tot de
leeftijd waarop zij het basisonderwijs volgen;
c.buitenschoolse opvang:
kinderopvang, verzorgd door een kindercentrum voor kinderen in de
leeftijd dat zij naar het basisonderwijs kunnen gaan, waarbij opvang
wordt geboden voor of na de dagelijkse schooltijd, evenals gedurende
vrije dagen of middagen en in de schoolvakanties;
d.groep:
een eenheid die bestaat uit een aantal kinderen met één of meer
beroepskrachten;
e.stamgroep:
een vaste groep kinderen in de dagopvang in een passend ingerichte vaste
groepsruimte;
f.peuterspeelzaalgroep:
een vaste groep kinderen met één of meer beroepskrachten in een passend
ingerichte vaste groepsruimte;
stamgroepruimte: de ruimte waarin de kinderen in de dagopvang
het grootste deel van de dag aanwezig zijn;
basisgroep:
een vaste groep kinderen in de buitenschoolse opvang in een passend
ingerichte ruimte;
i.risico-inventarisatie:
de risico-inventarisatie, bedoeld in de artikelen 1.51 en 2.9 van de
wet;
j.vraagouder:
ouder die kinderopvang vraagt die geboden wordt door een gastouder;
k.bemiddelingsmedewerker:
de medewerker die zich bezighoudt met de taken, bedoeld in de artikelen
12, 14 en 19 van deze beleidsregels;
l.opvangadres:
het woonadres van de gastouder of het woonadres van een van de
vraagouders waar de gastouderopvang plaatsvindt.
Paragraaf 1.
Artikel 1.
Definities
Onderdeel van Verordening kwaliteitseisen kinderopvang en peuterspeelzalen Delft 2012