**1..** Personen als bedoeld in artikel 1.50, derde lid, van de wet zijn in
het bezit van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens
de Wet justitiële documentatie of afgegeven volgens de Wet op de
justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag of
afgegeven volgens de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens,
voor zover zij als houder, als bestuurder, als stagiair, als
werknemer krachtens arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 610,
eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, of als
vrijwilliger structureel werkzaam bij een kindercentrum zijn.
**2..** Voor een werknemer geldt het eerste lid, voor zover deze persoon bij
een kindercentrum werkzaam is.
**3..** Voor een werknemer die als uitzendkracht werkzaam is, geldt de
verplichting van artikel 1.50, derde lid, van de wet de eerste maal
voordat deze persoon zijn werkzaamheden bij een kindercentrum
aanvangt.
**4..** In afwijking van hetgeen omtrent stagiaires in het eerste lid is
geregeld geldt tot 1 juli 2012 dat alleen stagiaires die langer dan
drie maanden worden ingezet bij een kindercentrum, in het bezit zijn
van een verklaring als bedoeld in het eerste lid, dan wel dat voor
hen bij aanvang van de stageperiode een dergelijke verklaring is
aangevraagd.
Paragraaf 2.
Artikel 10.
Verklaring omtrent het gedrag
Onderdeel van Verordening kwaliteitseisen kinderopvang en peuterspeelzalen Delft 2012