**1..** Ter uitvoering van artikel 1.49, derde lid, van de wet voert de
houder van een gastouderbureau een beleid dat ertoe leidt dat de
veiligheid en de gezondheid van de op te vangen kinderen op het
opvangadres door de gastouder zoveel mogelijk is gewaarborgd.
**2..** De houder van een gastouderbureau legt voordat de aanvraag, bedoeld
in artikel 1.45 van de wet, wordt ingediend en daarna jaarlijks in
een risico-inventarisatie vast welke veiligheids-en
gezondheidsrisico’s de opvang van kinderen in alle voor kinderen
toegankelijke ruimtes met zich meebrengt. Dit gebeurt samen met de
gastouder. Daartoe draagt de houder van een gastouderbureau er zorg
voor dat elke ruimte op het opvangadres ten minste één keer per jaar
wordt bezocht door een bemiddelingsmedewerker werkzaam bij het
gastouderbureau.
**3..** De administratie van het gastouderbureau bevat een door de
bemiddelingsmedewerker en de gastouder ondertekend origineel van de
risico-inventarisatie, bedoeld in het tweede lid.
**4..** Op het opvangadres wordt door de houder van een gastouderbureau in
een samen met de gastouder opgesteld plan van aanpak aangegeven
welke maatregelen binnen welke termijn zijn respectievelijk worden
genomen in verband met de in het tweede lid bedoelde risico’s.
**5..** De risico-inventarisatie, bedoeld in het eerste lid, is tevens
inzichtelijk voor de vraagouders.
**6..** Artikel 8, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing op
de in het tweede lid bedoelde risico-inventarisatie.
Paragraaf 3.
Artikel 12.
Risico-inventarisatie
Onderdeel van Verordening kwaliteitseisen kinderopvang en peuterspeelzalen Delft 2012