**1..** Ter uitvoering van de artikelen 2.5, 2.6 en 2.9 van de wet beschikt
een houder van een peuterspeelzaal over een pedagogisch beleidsplan
waarin de voor die peuterspeelzaal kenmerkende visie op de omgang
met kinderen is beschreven.
**2..** Een pedagogisch beleidsplan bevat in duidelijke en observeerbare
termen ten minste een beschrijving van:
de wijze waarop de emotionele veiligheid van kinderen wordt
gewaarborgd, de mogelijkheden voor kinderen tot de
ontwikkeling van hun persoonlijke en sociale competentie en
de wijze waarop de overdracht van normen en waarden aan
kinderen plaatsvindt;
de werkwijze, maximale omvang en leeftijdsopbouw van de
peuterspeelzaalgroep;
de (spel)activiteiten waarbij kinderen hun
peuterspeelzaalgroep dan wel de peuterspeelzaalgroepsruimte
verlaten;
de wijze waarop beroepskrachten in een peuterspeelzaal bij
hun werkzaamheden met kinderen worden ondersteund door
andere niet structureel ingezette personen;
de wijze waarop de achterwacht geregeld is in het geval er
slechts één beroepskracht in een peuterspeelzaal aanwezig is
op de locatie;
de wijze waarop beroepskrachten in een peuterspeelzaal
bijzonderheden in de ontwikkeling van kinderen of andere
problemen signaleren en ouders doorverwijzen naar passende
instanties die hierbij verdere ondersteuning kunnen bieden,
en
de wijze waarop beroepskrachten in een peuterspeelzaal
worden toegerust voor deze taak en op welke wijze zij
daarbij worden ondersteund.
**3..** De houder van een peuterspeelzaal en de personen werkzaam bij een
peuterspeelzaal handelen in de praktijk van de opvang naar het
pedagogisch beleidsplan.
**4..** Een pedagogisch beleidsplan wordt per peuterspeelzaal voor de eerste
maal vastgesteld voordat de aanvraag, bedoeld in artikel 2.2, eerste
lid, van de wet, wordt ingediend.
Paragraaf 5.
Artikel 20.
Pedagogisch beleidsplan
Onderdeel van Verordening kwaliteitseisen kinderopvang en peuterspeelzalen Delft 2012