**1..** Personen als bedoeld in artikel 2.6, derde lid, van de wet zijn in
het bezit van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens
de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens of de Wet op de
justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag,
voor zover zij als houder van een peuterspeelzaal, als bestuurder,
als stagiair, als werknemer werkzaam krachtens arbeidsovereenkomst
als bedoeld in artikel 610, eerste lid, van Boek 7 van het
Burgerlijk Wetboek of als vrijwilliger structureel in de
peuterspeelzaal werkzaam zijn.
**2..** Voor een werknemer geldt het eerste lid, voor zover deze persoon bij
een peuterspeelzaal werkzaam is.
**3..** Voor een werknemer die als uitzendkracht werkzaam is, geldt de
verplichting van artikel 2.6, derde lid, van de wet de eerste maal
voordat deze persoon zijn werkzaamheden bij een peuterspeelzaal
aanvangt.
**4..** In afwijking van hetgeen omtrent stagiaires in het eerste lid is
geregeld geldt tot 1 juli 2012 dat alleen stagiaires die langer dan
drie maanden worden ingezet bij een peuterspeelzaal, in het bezit
zijn van een verklaring als bedoeld in het eerste lid, dan wel dat
voor hen bij aanvang van de stageperiode een dergelijke verklaring
is aangevraagd.
Paragraaf 5.
Artikel 25.
Verklaring omtrent het gedrag
Onderdeel van Verordening kwaliteitseisen kinderopvang en peuterspeelzalen Delft 2012