Lid 1
Indien een cliënt de voor de verlening van de bijstand van belang zijnde gegevens of gevorderde bewijsstukken niet op tijd verstrekt, kan het college het recht op bijstand opschorten (artikel 54, eerste lid, WWB). Het college geeft de cliënt vervolgens een termijn waarbinnen hij zijn verzuim kan herstellen (de hersteltermijn).
Wordt de gevraagde informatie niet binnen de gestelde termijn aan de gemeente verstrekt, dan kan het college bijstand stopzetten (het intrekken van het besluit tot toekenning van de bijstand). Worden de gevraagde gegevens wél binnen de hersteltermijn verstrekt, wordt de bijstand voortgezet, maar wordt tevens een maatregel opgelegd. Dit lid regelt de hoogte van de maatregel.
Lid 2
Ook bij het te laat verstrekken van gegevens wordt de duur van de maatregel verdubbeld indien er sprake is van recidive. Zie verder toelichting artikel 10 lid 2 van deze verordening.
Lid 3
Bij bijzondere bijstand dient belanghebbende eerst een verzoek tot een aanvraag in, waarna hij de inlichtingenstaat krijgt toegezonden welke binnen een gestelde termijn volledig ingevuld, ondertekend en voorzien dient te worden van alle gevraagde bewijsstukken. Indien het formulier niet wordt geretourneerd binnen de gestelde termijn, wordt er een rappelbrief verzonden met de mededeling dat het verzoek buiten behandeling wordt gelaten. Er is in dit geval nog geen sprake van een aanvraag.
Indien de aanvraag middels retournering van de inlichtingenstaat wel is ingediend, maar niet alle bewijsstukken overlegd zijn, wordt er een hersteltermijn geboden. Indien belanghebbende in deze termijn de gegevens niet overlegt, wordt de aanvraag niet in behandeling genomen.
Bijzondere bijstand kan zowel door uitkeringsgerechtigden als door niet-uitkeringsgerechtigden aangevraagd worden. Het opleggen van een maatregel zou rechtsongelijkheid scheppen tussen beide groepen. Immers een maatregel wordt opgelegd over de bijstandsnorm, terwijl deze werkwijze niet is toe te passen bij niet-uitkeringsgerechtigden. Daarnaast werkt het opleggen van een maatregel drempelverhogend, terwijl vooral niet-uitkeringsgerechtigden reeds (psychisch) moeite hebben met aanvragen.
Door bovenstaande werkwijze wordt het opleggen van maatregelen bij het niet (tijdig) verstrekken van informatie bij aanvragen bijzondere bijstand zoveel mogelijk voorkomen. Belanghebbende wordt door deze werkwijze niet benadeeld, omdat hij een nieuwe aanvraag kan indienen. Bijzondere bijstand kan immers met terugwerkende kracht worden toegekend.
Omdat de langdurigheidstoeslag ook ieder jaar opnieuw aangevraagd dient te worden, wordt hierbij aangesloten bij de werkwijze van de bijzondere bijstand.
Hoofdstuk
Artikel 11
Te laat verstrekken van inlichtingen
Onderdeel van Maatregelenverordening Wet werk en bijstand gemeente Helmond