Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 3

Samenstelling

Onderdeel van Verordening op de raadscommissies

1.. Een raadscommissie bestaat uit maximaal 12 leden. 2.. De in het eerste lid genoemde leden worden door de raad op voordracht van de fracties uit zijn midden benoemd. 3.. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid kan de raad op voordracht van iedere fractie, die bestaat uit maximaal twee leden, in iedere raadscommissie één niet-gemeenteraadslid tot commissielid benoemen. Voor een dergelijke voordracht komen alle personen in aanmerking, die benoembaar zijn tot lid van de raad ter vervulling van een tussentijds opengevallen plaats in die fractie. 4.. De commissieleden leggen de eed of belofte af, gelijk aan die voor de raadsleden, met dien verstande dat, daar waar in artikel 14 Gemeentewet "raad" staat, daarvoor "commissie" moet worden gelezen. 5.. De artikelen 10, 11, 12, 13, 15 en 28 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op een lid van een raadscommissie, met dien verstande dat in artikel 15, tweede lid van de Gemeentewet, voor “gedeputeerde staten” moet worden gelezen “raad”. 6.. De raad benoemt op voordracht van een fractie voor iedere raadscommissie tenminste één plaatsvervangend lid per fractie, die zitting in een raadscommissie heeft bij verhindering of ontstentenis van een lid, als bedoeld in het eerste lid. Het plaatsvervangend lid voldoet aan de in het derde lid genoemde vereisten. 7.. De benoeming van een commissielid, als bedoeld in het derde lid, kan door de raad worden ingetrokken: op schriftelijk verzoek van de fractie die de voordracht tot benoeming als commissielid heeft gedaan; indien dat lid in strijd handelt met het bepaalde in artikel 11, tweede lid of artikel 26, eerste lid; indien dat lid naar het oordeel van de raad niet goed functioneert.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel