**1.** De aanvraag vermeldt in ieder geval:
de naam en het adres van de aanvrager;
de dagtekening;
de naam van de school en, voor zover van toepassing, het gebouw waarvoor de voorziening is bestemd;
welke voorziening wordt aangevraagd;
de onderbouwing van de noodzaak en de omvang van de gewenste voorziening;
de geplande aanvangsdatum van uitvoering van de voorziening.
**2.** In aanvulling op de in het eerste lid vermelde gegevens vermeldt de aanvraag:
de gewenste plaats waar de voorziening moet worden gerealiseerd, als het een voorziening betreft als bedoeld in artikel 2, onder a, onderdelen 1o tot en met 4o.
een rapportage, op een door het college vast te stellen formulier bouwkundige opname, waaruit de bouwkundige noodzaak blijkt als het betreft een voorziening:
nieuwbouw voor de hele of gedeeltelijke vervanging van een gebouw;
onderhoud
aanpassing en
herstel van een constructiefout;
een begroting van de kosten voor het uitvoeren van de voorziening als bedoeld onder b1 en b2.
**3.** De in het eerste lid vermelde gegevens worden door het college aangevuld met:
een prognose van het te verwachten aantal leerlingen van de school, die voldoet aan de in bijlage II omschreven vereisten, tenzij het een voorziening betreft als bedoeld in artikel 2, onder a onderdelen 6 tot en met 8 en artikel 2, onder d en e;
indien nodig de uitkomst van het in opdracht van het college opgestelde meerjarenonderhoudsplan voor zover het betreft een aanvraag voor de voorziening huisvesting onderwijs ‘onderhoud’.
**4.** Het college stelt de aanvrager voor 15 februari van het jaar waarin het programma wordt vastgesteld schriftelijk op de hoogte van het ontbreken van gegevens als bedoeld in het eerste en tweede lid. De aanvrager heeft tot 15 maart van het jaar waarin het programma wordt vastgesteld de gelegenheid de ontbrekende gegevens aan te vullen. Als de vereiste ontbrekende gegevens niet voor 15 maart zijn verstrekt besluit het college de aanvraag niet te behandelen.
**5.** Als een door het college in behandeling genomen aanvraag betrekking heeft op een voorziening voor een school waarvan de beoordeling van de noodzaak mede is gebaseerd op het aantal leerlingen van de betrokken school op de wettelijke teldatum van 1 oktober van het jaar waarin de datum genoemd in artikel 5 valt, dan zendt de aanvrager het college onverwijld een afschrift van de jaarlijkse opgave aan de minister van het aantal leerlingen dat op de wettelijke teldatum staat ingeschreven op de school. Als het college het afschrift niet binnen een week na de wettelijke teldatum heeft ontvangen, deelt het college dit schriftelijk mee aan de aanvrager. Daarbij wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld het afschrift van de opgave binnen drie dagen na de datum van ontvangst van de mededeling in te dienen bij het college. Als het afschrift niet binnen de termijn bedoeld in de vorige volzin is verstrekt, neemt het collegede aanvraag niet in behandeling.
**6.** Een besluit om de aanvraag niet te behandelen op grond van:
het vierde lid wordt aan de aanvrager bekendgemaakt binnen vier weken na het verstrijken van de daarin genoemde termijn en
het vijfde lid wordt binnen vier weken na het nemen van de daarin genoemde beslissing bekendgemaakt aan de aanvrager.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2.1
Artikel 6
Inhoud aanvraag; gelegenheid tot aanvullen aanvraag; niet behandelen onvolledige aanvraag
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Bunnik 2012