In deze verordening wordt verstaan onder:
WWB: Wet werk en bijstand;
IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers
IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen
de wet: de wet op grond van welke belanghebbende bijstand of een uitkering ontvangt
Het college: het college van burgemeester en wethouders van Houten
De gemeente: de gemeente Houten
Uitkering: bijstand als bedoeld in artikel 5 onder a Wet werk en bijstand, een uitkering als bedoeld in artikel 9 lid 1 Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of een uitkering als bedoeld in artikel 9 lid 1 Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
Belanghebbende: de persoon die bijstand of een uitkering ontvangt;
Bijstandsnorm: de norm zoals gedefinieerd in artikel 5 onder c Wet werk en bijstand;
Grondslag: de grondslag als bedoeld in artikel 5 lid 1 Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en artikel 5 lid 1 Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
Zeer ernstig misdragen: het door de belanghebbende op een dusdanige wijze benaderen van het college, dan wel onder haar ressorterende personen die belast zijn met de uitvoering van de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, dat deze zich op een fysieke of psychische wijze dan wel een combinatie van beiden bedreigd voelen;
Plicht tot arbeidsinschakeling: de verplichtingen genoemd in artikel 9 lid 1 onder a en b van de Wet werk en bijstand, artikel 37 Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en artikel 37 Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan: het verrichten van handelingen door belanghebbende dan wel het nalaten daarvan waardoor onnodig een beroep op bijstand wordt gedaan;
Inlichtingenplicht: de verplichtingen genoemd in artikel 17 lid 1, 2 en 4 Wet werk en bijstand, artikel 13 lid 1, 2 en 4 Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, artikel 13 lid 1, 2 en 4 Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen en artikel 30 c lid 2 en 3 van de Wet Structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
Aanvullende verplichtingen: de, overige, aan de bijstand verbonden verplichtingen gebaseerd op de artikelen 55 van de wet alsmede de individueel opgelegde verplichtingen welke in de beschikking zijn opgenomen;
Verlaging: het gedurende een bepaalde periode, geheel dan wel gedeeltelijk, weigeren van de bijstand.
Tegenprestatie: naar vermogen door het college opgedragen onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden te verrichten die worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid en die niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt.