**1..** Voordat een maatregel wordt opgelegd, wordt de belanghebbende in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen.
**2..** Het horen van belanghebbende kan achterwegen worden gelaten indien:
de vereiste spoed zich daartegen verzet;
de belanghebbende reeds eerder in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen en zich sindsdien geen nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan;
de belanghebbende niet heeft voldaan aan een verzoek van het college of van een derde aan wie het college werkzaamheden in het kader van de wet heeft uitbesteed, om binnen een gestelde termijn te voldoen aan de inlichtingenplicht; of
het college het horen niet nodig acht voor het vaststellen van de ernst van de gedraging of de mate van verwijtbaarheid.
**3..** Indien het college besluit het horen van belanghebbende achterwege te laten op grond van één van de in het tweede lid genoemde omstandigheden, dient zij in haar besluit te motiveren waarom van deze mogelijkheid geen gebruik is gemaakt.
HOOFDSTUK 1.
Artikel 4