In deze verordening wordt verstaan dan wel mede verstaan onder:
A. Weg:
de weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b van de
Wegenverkeerswet 1994, almede de daaraan liggende en als zodanig
aangeduide parkeerterreinen;
de - al dan niet met enige beperking - voor het publiek
toegankelijke pleinen en open plaatsen, parken, plantsoenen,
speelweiden, bossen en andere natuurterreinen, ijsvlakten en
aanlegplaatsen voor vaartuigen;
de voor het publiek toegankelijke stoepen, trappen, portieken,
gangen, passages en galerijen, die uitsluitend tot voor bewoning in
gebruik zijnde ruimte toegang geven en niet afsluitbaar zijn;
andere voor het publiek toegankelijke, al dan niet afsluitbare
stoepen, trappen, portieken, gangen, passages en galerijen; de
afsluitbare alleen gedurende de tijd dat zij niet door of vanwege
degene die daartoe naar burgerlijk recht bevoegd is, zijn
afgesloten.
B. Openbaar water:
alle wateren die - al dan niet met enige beperking - voor het publiek
bevaarbaar of anderszins toegankelijk zijn.
C. Bebouwde kom:
de bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde staten de grenzen hebben
vastgesteld overeenkomstig artikel 27, tweede lid, van de Wegenwet, bij hun
besluit van 19 april 2005.
D. Rechthebbende:
een ieder die over enige zaak enige zeggenschap heeft krachtens een zakelijk
of persoonlijk recht.
E. Voertuigen:
alle voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder a en onder al van het
Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van:
treinen en trams;
kruiwagens, kinderwagens en dergelijke kleine voertuigen.
F.Bromfietsen
bromfietsen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder e van de
Wegenverkeerswet 1994.
G. Vaartuigen:
alle vaartuigen, daaronder mede verstaan drijvende werktuigen,
alsmede woonschepen, glijboten en ponten.
H. Woonschepen:
schepen uitsluitend of hoofdzakelijk als woning gebezigd of tot
woning bestemd.
I. Bouwwerk:
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander
materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect
met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in
of op de grond.
J. Gebouw:
elk bouwwerk dat een voor personen toegankelijke overdekte, geheel
of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
K. Complex:
een afgebakend samengesteld geheel van onroerende zaken
(industriecomplex, ziekenhuiscomplex, complex van vakantiehuisjes,
enzovoort).
L. Nummer:
een nummer bestaande uit een of meer Arabische cijfers, al dan niet
met toevoeging van een letter of cijfercombinatie.
M. Object:
een bouwwerk, gebouw, complex, afgebakend terrein, ligplaats of
standplaats.
N. Vee:
dieren die behoren tot de diersoorten genoemd in bijlage II,
behorend bij artikel 55 van de Meststoffenwet.
O. Handelsreclame:
iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee
kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen.
P. Lesmotorvoertuigen:
alle motorvoertuigen die door het voeren van een door de minister
van Verkeer en Waterstaat op grond van artikel 101b van het
Wegenverkeersreglement vastgestelde aanduiding uiterlijk als zodanig
herkenbaar zijn.
Q.Harddrugs
de middelen als bedoeld in artikel 2 van de Opiumwet en de daarbij
behorende lijst.
Artikel 1.2 Beslistermijn
Het bevoegd bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
vergunning of ontheffing binnen acht weken na de dag waarop
de aanvraag ontvangen is.
Het bestuursorgaan kan zijn beslissing voor ten hoogste acht
weken verdagen.
Artikel 1.3 Indiening aanvraag
Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de
aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het
bevoegd bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te
behandelen.
Voor bepaalde, door het bevoegde bestuursorgaan aan te
wijzen vergunningen of ontheffingen kan de in het eerste lid
genoemde termijn worden verlengd tot ten hoogste acht
weken.
Artikel 1.4 Voorschriften en beperkingen
Aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of
ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden
verbonden. Deze voorschriften en beperkingen mogen slechts
strekken tot bescherming van het belang of de belangen in
verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.
Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of
ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden
voorschriften en beperkingen na te komen.
Artikel 1.5 Persoonlijk karakter van vergunning of
ontheffing
De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of
krachtens deze verordening anders is bepaald.
Artikel 1.6 Intrekking of wijziging van vergunning of
ontheffing
De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of
gewijzigd:
indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige
gegevens zijn verstrekt;
indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of
ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of
wijziging wordt gevorderd door het belang of de belangen ter
bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is
vereist;
indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
voorschriften en beperkingen niet zijn of worden
nagekomen;
indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij
gebreke van een dergelijke termijn, binnen een redelijke
termijn;
indien de houder of zijn rechtsverkrijgende dit
verzoekt.
Artikel 1.7 Termijnen
De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij
de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de
vergunning of ontheffing zich daartegen verzet.
HOOFDSTUK 1
Artikel 1.1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2009-I