**1..** Tot de bevoegdheden van het dagelijks bestuur behoort, onverminderd het bepaalde in artikel 33, eerste lid, van de Wet, onder meer het voorbereiden van besluiten van het algemeen bestuur, alsmede het uitoefenen van het dagelijks bestuur van Cocensus, voor zover niet bij of krachtens wettelijke bepaling de voorzitter hiermede is belast.
**2..** Het dagelijks bestuur is in ieder geval bevoegd tot:
het nemen van conservatoire maatregelen;
het voeren van rechtsgedingen en het instellen van beroep;
uitoefening van de bevoegdheden en verplichtingen die bij of krachtens de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990, de Kostenwet invordering rijksbelastingen, de Gemeentewet, de Wet milieubeheer en de Wet waardering onroerende zaken zijn toegekend aan de Minister van Financiën, het bestuur van ’s Rijksbelastingdienst en de directeur, respectievelijk het college van burgemeester en wethouders of het dagelijks bestuur van de deelnemers;
het vaststellen van instructies en uitvoeringsregels voor de inspecteur, de ontvanger, de ambtenaar van Cocensus en de belastingdeurwaarder voor de uitoefening van hun bevoegdheden;
het stellen van nadere regels met betrekking tot de heffing en invordering van belastingen en rechten;
het geheel of gedeeltelijk oninbaar verklaren van de belasting en rechten;
het besluiten tot het aanbesteden van leveringen en diensten;
het besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van Cocensus;
het doen van aangifte van strafbare feiten, waarvan het kennis heeft genomen.
HOOFDSTUK VI
Artikel 12Bevoegdheden
Artikel 12Bevoegdheden
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Cocensus