Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK IX

Artikel 18Begroting

Artikel 18Begroting

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Cocensus

1.. Het algemeen bestuur stelt de begroting van Cocensus vast uiterlijk 1 juli voorafgaande aan het jaar waarvoor deze geldt. 2.. Het algemeen bestuur stelt, als onderdeel van de begroting, jaarlijks de uitgangspunten voor de toerekening van de kosten aan de producten vast. 3.. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting zes weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden toe aan de raden van de deelnemers. 4.. De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de deelnemers voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. Artikel 190, tweede en derde lid, van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. 5.. De raden van de deelnemers kunnen omtrent de ontwerpbegroting het dagelijks bestuur van hun gevoelen doen blijken. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin dit gevoelen is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. 6.. Nadat deze is vastgesteld, zendt het algemeen bestuur, zo nodig, de begroting aan de raden van de deelnemende gemeenten, die ter zake bij Gedeputeerde Staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen. 7.. Het bepaalde in het tweede, vierde en vijfde lid, alsmede het bepaalde in artikel 192 van de Gemeentewet is mede van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting. 8.. In afwijking van het bepaalde in het zes lid, worden wijzigingen op de begroting tot 5% van de jaarlijkse totale exploitatiekosten niet voorgelegd aan de deelnemers; het bepaalde in artikel 192, eerste lid, van de Gemeentewet blijft op dergelijke wijzigingen van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel