Voor zover de bevoegdheden niet bij deze regeling aan het dagelijks bestuur of de voorzitter zijn toegekend, behoren tot de bevoegdheden van het algemeen bestuur, onverminderd het bepaalde in artikel 33, eerste lid, van de Wet, onder meer:
het vaststellen en wijzigen van de begroting;
het vaststellen van de rekening;
het vaststellen van de organisatiestructuur;
het aangaan van geldleningen en van rekening-courant overeenkomsten;
het uitlenen van gelden;
het vaststellen van de bijdragen van de deelnemers in Cocensus als bedoeld in artikel 18a en de wijze van betaling daarvan.
HOOFDSTUK V
Artikel 8Bevoegdheden
Artikel 8Bevoegdheden
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Cocensus