Een aanvraag om gemeentegarantie als bedoeld in artikel 1 dient tenminste drie maanden voor het tijdstip waarop een geldlening wordt opgenomen, schriftelijk bij het college te worden ingediend. Het college kan in bijzondere gevallen een kortere termijn toestaan.
De aanvraag bevat, naast de in afdeling 4.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht voorgeschreven gegevens, voor zover de aanvrager daarover redelijkerwijs de beschikking kan krijgen:
het getekende besluit van de aanvrager tot het aangaan van een geldlening;
een gewaarmerkt exemplaar van de notulen van de vergadering waarin is besloten tot het aangaan van een geldlening;
een uittreksel uit het verenigings- of stichtingenregister;
de statuten van de aanvrager;
de jaarrekening van het jaar voorafgaande aan het jaar waarin de aanvraag wordt gedaan, voorzien van een verklaring van een accountant, onafhankelijke boekhouder of administratiekantoor;
een verklaring van een accountant, onafhankelijke boekhouder of administratiekantoor wordt vervangen door een verklaring van de waarborgfonds indien een waarborgfonds garant staat;
de begroting van het lopende jaar;
de begroting van het jaar volgend op het jaar waarin de aanvraag wordt gedaan;
een onderbouwing van de financieringsbehoefte;
ten minste één offerte van een geldverstrekker.
Het college is bevoegd andere gegevens te vragen die hij noodzakelijk acht om op de aanvraag te kunnen besluiten.
Artikel 3
De aanvraag
Onderdeel van Verordening Gemeentegaranties Geldleningen Pijnacker-Nootdorp 2012