Naar hoofdinhoud
De leerplichtambtenaar besluit namens het college over aanvragen tot het toestaan van vervangende leerplicht, als bedoeld in de artikelen 3a en 3b van de wet. Blijkt aan de leerplichtambtenaar dat een jongere vermoedelijk in de omstandigheden verkeert als bedoeld in artikel 3a dan wel 3b van de wet, dan verzoekt de leerplichtambtenaar aan de school waar de leerling staat ingeschreven, om de noodzakelijke gesprekken met betrekking tot het aangepaste onderwijs- en begeleidingsprogramma en de praktijktijd (artikel 3a) dan wel arbeid van lichte aard (artikel 3b) binnen 10 werkdagen (tenzij anders is afgesproken) te organiseren. De school of onderwijsinstelling waar de leerling ingeschreven wil worden en de leerplichtambtenaar dienen betrokken te worden. De leerplichtambtenaar maakt afspraken over wie de verslaglegging van de afspraken die in de gesprekken worden gemaakt schriftelijk vastlegt. De leerplichtambtenaar neemt dit verslag op in het leerling dossier. De leerplichtambtenaar draagt er zorg voor dat het programma op voor hen begrijpelijke wijze aan de ouders en de jongere wordt uitgelegd en hij draagt er zorg voor dat de ouders het verzoek tot het toestaan van vervangende leerplicht ondertekenen en indienen. De leerplichtambtenaar informeert de Arbeidsinspectie over de toestemming voor vervangende leerplicht die op grond van artikel 3b van de wet is verleend. Vrijstelling van leerplicht wegens het volgen van ander onderwijs (artikel 4a en 15 Leerplichtwet)

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel