1.
Het college kan een vergunning voor een standplaats, al dan niet voorwaardelijk, intrekken dan wel telkens voor ten hoogste vier achtereenvolgende marktdagen schorsen, indien de vergunninghouder, zijn vertegenwoordiger, of degene die hem bijstaat:
a.
het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de voorschriften van de vergunning overtreedt;
b.
zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog;
c.
niet actief is op een hem toegewezen plaats;
d.
niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet, dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet;
2.
Onverminderd het bepaalde in artikel 125 van de Gemeentewet kan het college, indien het dit noodzakelijk acht, een vergunninghouder gelasten zich onmiddellijk van de markt te verwijderen, indien hij zich schuldig maakt aan het bovenstaande;
3.
Ingeval een dagplaatshouder zich schuldig maakt aan het bovenstaande kan hij voor een periode van maximaal 2 jaar na bekendmaking van het besluit uitgesloten worden van deelname;
4.
Een maatregel als in dit artikel genoemd moet schriftelijk en gemotiveerd worden meegedeeld binnen afzienbare tijd na de oplegging van de maatregel.