Binnen 6weken na de dag waarop de raad heeft bekend gemaakt dat op
grond van de kennisgeving is besloten dat over een voorgenomen
besluit een referendum kan worden gehouden, kan door
kiesgerechtigden een verzoek tot het houden van een referendum
worden ingediend bij de voorzitter van de raad.
Dit verzoek moet worden ondersteund door minimaal 2600
kiesgerechtigden van de laatstgehouden verkiezing van de leden van
de gemeenteraad.
Voor de vaststelling van het in het tweede lid bedoelde aantal,
worden de kiesgerechtigden die de kennisgeving hebben ondersteund,
meegerekend.
In het verzoek wordt aangegeven om welk te nemen raadsbesluit het
gaat. Het verzoek gaat vergezeld van een handtekening van elke
verzoeker, met een opgave van diens naam, adres, leeftijd en
woonplaats.
De in het vierde lid genoemde persoonsgegevens zijn geplaatst op
daartoe van gemeentewege verstrekte lijsten.
De voorzitter van de raad onderzoekt na binnenkomst van het verzoek,
of dit verzoek aan de hiervoor gestelde eisen voldoet. Hij legt
hierover binnen 2 weken een advies voor aan de raad.
Aan de hand van het advies als bedoeld in het zes lid stelt de raad
vast of het verzoek voldoet aan de hiervoor gestelde eisen. De raad
neemt uiterlijk binnen 8 weken na de dag van ontvangst van het
verzoek een besluit over het houden van een referendum.
In de vergadering waarin de raad besluit dat een referendum wordt
gehouden, wordt ieder raadslid in de gelegenheid gesteld om uit te
spreken welke binding de uitslag van het referendum voor hem zal
hebben.