**1..** Het gebruik van kook-, bak- en braadinstallaties en van verwarmingsapparatuur is alleen toegestaan na schriftelijke toestemming van het college.
**2..** Kook-, bak- en braadinstallaties en verwarmingsapparatuur dient aangelegd te zijn in overeenstemming met de norm NPR 2577 (installaties in mobiele werktuigen). Een keuringsrapport met vermelding van kenteken van de inrichting dient aanwezig te zijn.
**3..** De bak- en braadtoestellen moeten vast op de vloer of tafel staan opgesteld en tegen omvallen of omstoten worden beschermd.
**4..** Het draagvlak onder bak- en braadtoestellen moet ten minste 15 centimeter buiten de toestellen onbrandbaar zijn, dan wel zijn bekleed met een onbrandbaar en de warmte slecht geleidend materiaal. De wanden en zeilen, in de nabijheid waarvan toestellen zijn geplaatst, moeten tot op een ½ meter van het toestel onbrandbaar zijn dan wel zijn voorzien van de warmte slecht geleidend materiaal.
**5..** Elk bak- en braadtoestel moet zijn voorzien van een goed functionerende thermostaat of thermokoppel met een maximaal ingestelde waarde van 190º C.
**6..** Indien in de kraam of verkoopwagen wordt gebakken, gekookt of verhit moet een goedgekeurd blustoestel met een inhoud van ten minste 6 kg poeder of 5 kg koolzuursneeuw of gelijkwaardige vulling aanwezig zijn.
**7..** In de onmiddellijke nabijheid van een bak-,braad-, kook-, of frituurtoestel moeten goed passende deksels of een blusdeken aanwezig zijn om het toestel in geval van brand te kunnen afdekken.
Hoofdstuk V
Artikel 22
Veiligheidsnormen bakken en braden
Onderdeel van Marktreglement Kerkrade 2012