De belasting, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij
wege van voldoening op aangifte danwel door middel van parkeerapparatuur
en moet worden betaald bij de aanvang van het parkeren.
Van de verschuldigde belasting per tijdseenheid wordt op de
parkeerapparatuur kennisgegeven. Het college geeft omtrent een en ander
nadere regels.
De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven
bij wege van voldoening op aangifte en moet worden betaald op
het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.
Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.
Artikel 6.
Wijze van heffing en termijnen van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2010