Een kleedkamersubsidie buitensportaccommodatie kan bestaan uit een subsidiebedrag en een garantstelling voor een geldlening door de organisatie.
Voor de nieuwbouw van de kleedkamers wordt ten hoogste een subsidie toegekend, die als volgt wordt berekend: het aantal kleedkamers zoals berekend op basis van artikel 11 x de oppervlakte per kleedkamer zoals berekend op basis van artikel 11 x het normbedrag x 33%.
Voor de renovatie van de kleedkamers wordt ten hoogste een subsidie toegekend, die als volgt wordt berekend: de totale renovatiekosten x 33% tot een maximum van het totale subsidiebedrag dat op basis van nieuwbouw zou worden toegekend.
Indien door een sportorganisatie werkzaamheden in het kader van nieuwbouw zelfworden uitgevoerd, wordt het maximale subsidiebedrag niet verlaagd.
In het geval van zelfwerkzaamheid bij renovatie wordt voor de berekening van het subsidiebedrag uitgegaan van een offerte van een erkende aannemer voor de gehele renovatie.
Voor de nieuwbouw en renovatie van de kleedkamers kan tevens garant worden gestaan voor een geldlening door de organisatie met een maximale hoogte van het subsidiebedrag als berekend op basis van lid 2a respectievelijk lid 2b.
Op een garantstelling als bedoeld in lid 3a is de "Nota Borgstellingen" vastgesteld door het college van de gemeente Zaanstad van toepassing.
Bij subsidieaanvragen voor reeds uitgevoerde werkzaamheden is het niet mogelijkgebruik te maken van de garantstelling.
Het in lid 2a genoemde normbedrag wordt jaarlijks geïndexeerd conform de indexering van de gemeentelijke begroting.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2
Artikel 12
Subsidieberekening
Onderdeel van Beleidsregels "Meedoen In Sport"