Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4:

Artikel 12

Over te leggen stukken

Onderdeel van Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen

1.. Tot begraving wordt niet overgegaan dan nadat het verlof tot begraven is overgelegd aan de beheerder. 2.. Indien de begraving of de bezorging van as in een particulier graf zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overgelegd ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet. 3.. Begraving of bijzetting in een particulier graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met een zodanige periode dat de alsdan resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan de in artikel 28 genoemde grafrusttermijn. De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende, of indien deze is overleden door de persoon bedoeld in artikel 20, tweede lid. 4.. De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging wordt naar boven toe afgerond op gehele jaren. 5.. De beheerder onderzoekt of de overgelegde stukken toereikend zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel