De in artikel 3 aangegeven vrijstelling van het in artikel 2 omschreven verbod geldt slechts, indien de opslag plaatsvindt op ten minste een afstand van 100 m van een geurgevoelig object dat is gelegen binnen de bebouwde kom en op ten minste een afstand van 50 m van een geurgevoelig object dat is gelegen buiten de bebouwde kom.