**1..** De norm wordt verhoogd met een toeslag indien de alleenstaande of de alleenstaande ouder hogere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de norm voorziet, als gevolg van het niet of niet geheel kunnen delen van deze kosten met een ander.
**2..** De toeslag als bedoeld in het eerste lid wordt bepaald op het in artikel 25 eerste lid van de wet genoemde maximumbedrag, zijnde 20% van het netto minimumloon, indien:
een alleenstaande of alleenstaande ouder een woning bewoont waarin geen anderen hun hoofdverblijf hebben;
een alleenstaande of alleenstaande ouder uitsluitend inwoning heeft van een eigenkind of eigen kinderen jonger dan 21 jaar.
**3..** De toeslag als bedoeld in het eerste lid wordt bepaald op 10% van het netto minimumloon indien:
een woning wordt bewoond waarin één of meer anderen hun hoofdverblijf hebben
een alleenstaande of alleenstaande ouder met een of meer bloedverwanten in de eerste graad van 21 jaar of ouder een woning deelt
Hoofdstuk 2:
Artikel 2:1
- Criteria voor alleenstaanden en alleenstaande ouders
Onderdeel van Verordening Toeslagen en Verlagingen WWB 2012