Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.2

– Indeling in categorieën – Bij verwijtbaar gedrag in relatie tot de inlichtingenplicht

Onderdeel van Maatregelenverordening IOAW en IOAZ 2012

a.Eerste categorie: Bij de toekenning van het recht op uitkering wordt aan de belanghebbende kenbaar gemaakt dat deze onder andere, op verzoek of uit eigen beweging, mededeling dient te doen van alle feiten en omstandigheden waarvan het aan de belanghebbende redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op bijstand. Indien de belanghebbende dit nalaat wordt dit aangemerkt als een verwijtbare gedraging, ook indien het verwijtbare gedrag niet heeft geleid tot het te veel of ten onrechte verlenen van bijstand. Deze situatie is bekend onder het begrip “nul-fraude”. Voorbeelden van “nul-fraude” zijn het niet opgeven van een vermogensbestanddeel onder de vermogensgrens, het niet tijdig melden van het zich bevinden in het buitenland, of het niet melden van vrijwilligerswerk. b.Tweede categorie: In deze categorie is de verwijtbare gedraging ondergebracht die heeft geleid tot het teveel of ten onrechte verlenen van bijstand tot een bedrag van € 1000,-- c.Derde categorie: In deze categorie is de verwijtbare gedraging ondergebracht die heeft geleid tot het teveel of ten onrechte verlenen van bijstand van een bedrag tussen de € 1000,-- en € 2000,-- . d.Vierde categorie: In deze categorie is de verwijtbare gedraging ondergebracht die heeft geleid tot het teveel of ten onrechte verlenen van bijstand van een bedrag tussen de € 2000,-- en € 4000,-- . e.Vijfde categorie: In deze categorie is de verwijtbare gedraging ondergebracht die heeft geleid tot het teveel of ten onrechte verlenen van bijstand tot een bedrag vanaf € 4000,-- . Indien er sprake is van een verwijtbare gedraging van de vijfde categorie en het bedrag van de te veel of ten onrechte verleende uitkering meer bedraagt dan € 6000,-- , blijft de aangifteplicht onverlet.

Rechtspraak bij dit artikel