Bij het opleggen van een sanctie wordt rekening gehouden met artikel 38 van de Wet inburgering. Indien er geen enkele verwijtbaarheid is vast te stellen bij de betrokkene dan kan geen sanctie worden opgelegd. Elke sanctie dient verder afgestemd te zijn op de ernst van de overtreding en de mate waarop dit de overtreder kan worden verweten. Ook kan rekening gehouden worden met omstandigheden van de persoon. In de praktijk is gebleken dat deelnemers aan de Wet inburgering nieuwkomertrajecten en de oudkomerstrajecten zeer gemotiveerd waren en slechts een enkeling door buiten de persoon gelegen omstandigheden afgehaakt is. Er zijn dan bij deze trajecten ook geen sancties uitgedeeld. Mochten er sprake zijn van sanctiewaardige gedragingen in het kader van de inburgering, die ook op grond van de Wet werk en bijstand sanctiewaardig zijn (verlagen van de uitkering), dan wordt geen sanctie opgelegd in het kader van de Wet inburgering. Dit staat in artikel 37 van de Wetinburgering. Er kan namelijk niet tweemaal gesanctioneerd worden voor dezelfde gedraging. De hoogte van de sanctie in deze verordening is daarom afgeleid van de Wet Werk en Bijstand. De hoogte van de sanctie (een boete of een maatregel) is dan in grote lijnen hetzelfde voor alle inburgeraars. De Wet inburgering geeft in artikel 34 een maximum bedrag aan voor elke overtreding. De maximum bedragen worden in de meeste gevallen niet gehaald.
Artikel 19
hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende overtredingen
Onderdeel van Participatieverordening WWB, IOAW en IOAZ gemeente Houten