Voor de inburgeringsplichtige is het besluit dat het college neemt een beschikking in de zin van de Awb. Dit betekent dat de inburgeringsplichtige de mogelijkheid heeft tegen dit besluit in bezwaar en beroep te gaan. In de beschikking zullen het vastgestelde inburgeringstraject en onder andere de daaraan verbonden rechten en verplichtingen van de inburgeringsplichtige nauwkeurig moeten worden vermeld (onderdelen a. en b.). De inburgeringsplichtige is verplicht zijn medewerking te verlenen aan de uitvoering van het inburgeringstraject (artikel 23, eerste lid, WI). Handhaving hiervan is alleen mogelijk als de verplichtingen van de inburgeringsplichtige duidelijk zijn omschreven en aan de betrokkene (onder andere door middel van de beschikking) bekend zijn gemaakt.
Voor de vrijwillige inburgeraar geldt dat er een overeenkomst wordt gesloten, waarin de afspraken over rechten en verplichtingen en alle overige aspecten die betrekking hebben op het inburgeringstraject worden vastgelegd. Dit is een overeenkomst volgens burgerlijk recht (Burgerlijk Wetboek, boek 6). Deze overeenkomst gaat uit van wilsovereenstemming tussen beide partijen over de afspraken. Voor wijziging van deze afspraken is dan ook de instemming nodig van de andere partij.
In het kader van de privaatrechtelijke overeenkomst past geen bestuursrechtelijk middel als de boete. Naleving van de gemaakte afspraken moet eventueel worden afgedwongen via de civiele rechter. Bovendien verhoudt het karakter van vrijwilligheid van de deelname aan een inburgeringstraject door de vrijwillige inburgeraar zich ook niet met het opleggen van bestuurlijke boetes. In de wet is daarover dan ook niets opgenomen. In de met belanghebbende te sluiten overeenkomst kan echter tegenover het recht op een inburgeringstraject de verplichting worden opgenomen tot terugbetaling van gemaakte kosten indien de belanghebbende verwijtbaar onvoldoende medewerking verleent aan het geaccepteerde inburgeringstraject.
In de wet is vastgelegd binnen welke termijn aan de inburgeringsverplichtingen moet zijn voldaan (artikel 7, eerste lid, WI). In de beschikking hoeft (en kan) van deze termijn alleen melding te worden gemaakt. Voor inburgeringsplichtigen geldt dat binnen een termijn van 3,5 jaar aan de inburgeringsverplichting moet zijn voldaan. Voor nieuwkomers is de start van de handhavingstermijn gekoppeld aan de beschikkingsdatum van de IND waarop de verblijfsvergunning is verleend. Voor oudkomers start de handhavingstermijn pas als het college hiertoe op grond van artikel 26, WI een besluit neemt. Het college kan in geval sprake is van een inburgeringstraject bepalen dat deelname aan het examen voor betrokkene op een eerder tijdstip dient plaats te vinden, gelet op en afhankelijk van de duur van het inburgeringstraject (onderdeel c.)
Voor vrijwillige inburgeraars geldt geen inburgeringsverplichting en dus ook geen resultaatsverplichting of handhavingstermijn. Het college zal wel een termijn kunnen stellen waarbinnen het inburgeringstraject dient te worden afgerond door deelname aan een bij het inburgeringstraject behorend examen. Dit wordt in de overeenkomst vastgelegd.
Onderdeel d. bepaalt dat moet worden vastgelegd in hoeveel termijnen de eigen bijdrage wordt betaald en op welke wijze de betaling plaatsvindt (al dan niet op basis van verrekening met de bijstandsuitkering). Voor inburgeringsplichtigen vindt de vastlegging plaats in de beschikking, voor vrijwillige inburgeraars in de overeenkomst.
Onderdeel e. heeft betrekking op beschikkingen voor inburgeringsplichtige oudkomers. Indien het college een inburgeringstraject vaststelt voor een oudkomer, dan moet het college in dezelfde beschikking ook de dag opnemen waarop de termijn van de handhaving van de inburgeringsplicht van start gaat (artikel 22, tweede lid, juncto artikel 26, WI).
Artikel 4:6
– Inhoud van het besluit van het college
Onderdeel van Verordening Inburgering gemeente Rijswijk 2012