In de Awb (artikel 5:4) is geregeld dat de bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke sanctie alleen ontstaat als deze bij of krachtens de wet is verleend. Ook de nalatige gedraging waarop een bestuurlijke boete betrekking heeft moet in een wettelijk voorschrift zijn omschreven. In de WI is in artikel 35 de bevoegdheid om de bedragen van de boetes vast te stellen aan de gemeenteraad verleend. In de artikelen 29 tot en met 33 zijn de nalatige gedragingen benoemd die tot een boete leiden. Aan het college is de uitvoering van de bestuurlijke boete opgedragen. In artikel 34 zijn de maximale bedragen genoemd, maar de gemeenteraad mag daarvan, mits in neerwaartse zin, afwijken.
In het kader van de uitvoering van een gecombineerd re-integratie- en inburgeringstraject kan het voorkomen dat dezelfde gedraging (bijvoorbeeld het niet voldoen aan een oproep om te verschijnen voor een intake en gegevens te verstrekken) zowel aanleiding is voor het opleggen van een bestuurlijke boete als voor het verlagen van de bijstandsuitkering (afstemming) op grond van de WWB of het opleggen van een boete of maatregel op grond van een andere socialezekerheidswet of –regeling. In artikel 37 WI is bepaald dat in een dergelijk geval van samenloop de WI wijkt voor de andere wet- of regelgeving.
Voor vrijwillige inburgeraars geldt geen inburgeringsverplichting. In dat verband past dan ook geen boeteclausule. Nakoming van de gemaakte afspraken die zijn vastgelegd in de overeenkomst moet eventueel worden afgedwongen via de civiele rechter.
Lid 1
Indien een persoon van wie het college veronderstelt maar nog niet heeft vastgesteld dat hij inburgeringsplichtig is, geen gehoor geeft aan de uitnodiging voor een intakegesprek is het direct opleggen van een boete een zwaar middel. Een herhaalde oproep waarin tevens een waarschuwing wordt gegeven voor de gevolgen van het niet reageren op de oproep, biedt de betrokkene de gelegenheid alsnog te verschijnen. Indien ook op de tweede uitnodiging niet wordt gereageerd, is een boeteprocedure aan de orde.
Lid 2
Indien het aanbod van een inburgeringstraject eenmaal is geaccepteerd mag van belanghebbende worden verlangd dat hij daaraan zijn volle medewerking verleent. Indien hij hierin in gebreke blijft past het college een punitieve maatregel in de vorm van een boete toe.
Lid 3
Als belanghebbende binnen een termijn van een jaar wederom nalatig is in het nakomen van de verplichting om medewerking te verlenen aan het inburgeringstraject is een verhoging van de boete op zijn plaats. Van recidive zoals bedoeld in het derde lid is geen sprake als de vorige keer dat de nalatige gedraging aan de orde was, nog sprake was van een gecombineerd re-integratie- en inburgeringstraject en met toepassing van artikel 37 WI een afstemming van de uitkering heeft plaatsgevonden, terwijl de gecombineerde voorziening inmiddels is overgegaan in een enkelvoudig inburgeringstraject.
Lid 4
Indien de inburgeringsplichtige niet binnen de handhavingstermijn aan zijn inburgeringsverplichting heeft voldaan en dit valt hem te verwijten, legt het college hem een boete op (artikel 31, WI). Het college koppelt hieraan een verlenging van de handhavingstermijn (artikel 32, WI). De inburgeringsplichtige moet binnen deze nieuwe termijn alsnog aan zijn inburgeringsverplichtingen voldoen.
Lid 5
Als de inburgeringsplichtige ook binnen de in het vierde lid bedoelde termijn niet aan zijn inburgeringsverplichtingen heeft voldaan, legt het college wederom een boete op en verlengt het wederom de termijn waarbinnen de inburgeringsplichtige alsnog aan zijn inburgeringsverplichtingen moet hebben voldaan.
Lid 6
Deze procedure herhaalt het college net zo vaak als nodig is voor belanghebbende om aan zijn inburgeringsverplichtingen te voldoen, tenzij het college op grond van door de inburgeringsplichtige aantoonbaar geleverde inspanningen tot het oordeel komt dat het voor hem redelijkerwijs niet mogelijk is het inburgeringsexamen te behalen. In dat geval kan het college besluiten dat ontheffing van de inburgeringsplicht wordt verleend op grond van artikel 31, tweede lid, onderdeel c., WI. Ook indien op andere gronden niet langer sprake is van een inburgeringsverplichting voor belanghebbende, bijvoorbeeld op basis van leeftijd, laat het college de herhaalde procedure achterwege.
Lid 7
De boetebedragen die in de verordening worden opgenomen zijn maximumbedragen en géén gefixeerde bedragen. Het college zal bij elke overtreding de bestuurlijke boete moeten afstemmen op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten. Bovendien moet het college daarbij ook zonodig rekening houden met de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd. Dit betekent dat het college bij elke op te leggen bestuurlijke boete zal moeten nagaan welke boete passend is, gelet op de individuele omstandigheden van de betrokken inburgeringsplichtige. Het college kan in de overwegingen de inkomenspositie van de belanghebbende tevens betrekken.