Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5

Artikel 5

Vaststellen vergoeding per woonvoorziening

Onderdeel van Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Dalfsen

5.1. De financiële tegemoetkoming of het persoonsgebonden budget voor een bouwkundige of woontechnische woonvoorziening, een niet-bouwkundige of niet-woontechnische woonvoorziening en het verwijderen van vorenstaande woonvoorzieningen wordt vastgesteld als tegenwaarde van het bedrag zoals vermeld in de door het college geaccepteerde offerte. 5.2. Als de kosten hoger zijn dan € 2.650 is de particuliere aanvrager verplicht twee offertes in te dienen; 5.3. Hiernaast kan het persoonsgebonden budget voor woonvoorzieningen worden vastgesteld op basis van de tegenwaarde van de adequate en goedkoopste voorziening, indien nodig verhoogd met een bedrag voor onderhoud en reparatie. 5.4. Woonvoorzieningen waarvan de kosten gelijk zijn aan of meer bedragen dan € 47.500 worden niet verleend 'tenzij weigering van de voorzieningen gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen zou leiden tot onbillijkheden van overwegende aard'. 5.5. De hoogte van de financiële tegemoetkoming in de kosten van tijdelijke huisvesting bedraagt de werkelijk gemaakte kosten met een maximum van: € 520 per maand als tegemoetkoming in de kosten van het tijdelijk betrekken van zelfstandige woonruimte en het langer moeten aanhouden van de te verlaten woonruimte; € 260 per maand als tegemoetkoming in de kosten van het tijdelijk betrekken van niet-zelfstandige woonruimte. 5.6. De hoogte van de financiële tegemoetkoming in de kosten van huurderving bedraagt: 75% van de kale huur van de woonruimte met een maximum van € 312 per maand; onder de voorwaarde dat de kosten van de gerealiseerde woningaanpassing meer bedraagt dan € 2.650; 5.7. De hoogte van de financiële tegemoetkoming in de kosten van onderhoud, keuring en reparatie van woonvoorzieningen is het maximum van de gehanteerde tarieven en ervaringscijfers van de huisleverancier; 5.8. De hoogte van de financiële tegemoetkoming in de kosten van aanpassing van een woonwagen is maximaal € 943. 5.9. Het in artikel 21 van de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning genoemde afschrijvingsschema ziet eruit als volgt. De meerwaarde dient als volgt te worden terugbetaald: 100% van de meerwaarde bij verkoop binnen 1 jaar; 80% van de meerwaarde bij verkoop binnen 2 jaar; 60% van de meerwaarde bij verkoop binnen 3 jaar; 40% van de meerwaarde bij verkoop binnen 4 jaar; 20% van de meerwaarde bij verkoop binnen 5 jaar; De meerwaarde wordt vastgesteld op basis van de vastgestelde waarde van het onroerend goed in de WOZ-beschikking per 1 januari voor de start van de (ver)bouw en de vastgestelde waarde in de WOZ-beschikking per 1 januari na datum gereedmelding. 5.10. De vergoeding voor de verhuiskosten- en herinrichtingskosten als genoemd in artikel 15 onder a van de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning bedraagt maximaal € 2.596 en wordt vastgesteld op grond van de werkelijke kosten van de verhuizing en herinrichting waarbij onder herinrichting wordt verstaan de kosten van vloerbedekking, gordijnen, vitrages, behang en verf. 5.11. De vergoeding die als maximum verstrekt wordt bij het bezoekbaar maken als genoemd in artikel 19 lid 2 tot en met 5 van de Verordening bedraagt € 2.596.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel