**1..** In afwijking van het bepaalde in artikel 10, tweede lid, en artikel 19, eerste, derde en vierde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, wordt de aldaar genoemde termijn van betaling binnen één maand na het einde van het belastingtijdvak gesteld op 21 dagen na het einde van het belastingtijdvak.
**2..** In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990, moet de verschuldigde belasting worden betaald conform de bepaling van het vorige lid.
**3..** Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990 met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete, zijn de vorige leden van dit artikel van overeenkomstige toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de voldoening op de aangifte.
**4..** De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 10
Termijnen van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2010