Met het toezicht op- en de handhaving van het bepaalde in deze
verordening zijn belast:
opsporingsambtenaren als bedoeld in artikel 141 Wetboek van
Strafvordering;
de bij besluit van burgemeester en wethouders aangewezen
personen, te weten:
toezichthouders als bedoeld in artikel 5:11 van de
Algemene wet bestuursrecht;
buitengewoon opsporingsambtenaren als bedoeld in artikel
142 Wetboek van strafvordering.
Het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt niet wanneer
artikel 41 van de wet van toepassing is.