Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 10

De hoogte en duur van de maatregel

Onderdeel van Maatregelenverordening Wet Werk en Bijstand 2004

1.. Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt de maatregel vastgesteld op: 5% van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de eerste categorie; 10% van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de tweede categorie; 20% van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de derde categorie; 100% van de bijstandsnorm gedurende twee maanden bij gedragingen van de vierde categorie; een éénmalig bedrag ter hoogte van de laatste twee maanden gederfde inkomsten dan wel het gemiddelde van de te verwachten inkomsten bij gedragingen van de vijfde categorie. 2.. De hoogte van de maatregel als bedoeld in het eerste lid onder a t/m c en de duur van de maatregel als bedoeld onder d en e worden verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde of hogere categorie. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd, wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 6, tweede lid. 3.. Rekening houdend met de bepaling van artikel 7, vierde lid, wordt de duur van de maatregel als bedoeld in het tweede lid verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij de hoogte of de duur van de maatregel reeds is verdubbeld, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging binnen dezelfde of hogere categorie. Bij een overtreding die binnen een hogere categorie valt, wordt de zwaarste van de twee sancties opgelegd waarbij de periode wordt verdubbeld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel