Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 14.

Uitgangspunten administratieve organisatie en interne controle

Onderdeel van Treasurystatuut

In het kader van de treasuryfunctie gelden de volgende algemene uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle. De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van treasuryactiviteiten zijn op eenduidige wijze schriftelijk vastgelegd; Bevoegdheden zijn via delegatie en mandaat nader schriftelijk vastgelegd; Bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is functiescheiding doorgevoerd met als belangrijkste voorwaarden: iedere transactie wordt door minimaal twee functionarissen geautoriseerd (het vier-ogen-principe); de uitvoering en de controle geschieden door afzonderlijke functionarissen; de uitvoering en de registratie in de financiële administratie geschiedt doorafzonderlijke functionarissen. Tegenpartijen wordt opdracht gegeven de bevestigingen van iedere transactie te versturen naar de financiële administratie, zonder tussenkomst van de personen die bevoegd zijn tot het sluiten van de transacties; Een transactie wordt onmiddellijk geregistreerd door de functionaris die de transactie heeft afgesloten; Na ontvangst van de transactiebevestiging wordt de transactie direct gecontroleerd door een medewerker die niet betrokken is geweest bij het afsluiten van de transactie. Bovendien worden transacties gecontroleerd via de verbijzonderde controle.

Rechtspraak bij dit artikel