De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet.
In afwijking van het eerste lid is artikel 2.23 van de Wet algemene bepalingen
omgevingsrecht van toepassing, indien sprake is van een vergunning als bedoeld
in artikel 2:11, artikel 2:12, artikel 4:11 of artikel 4:15.