Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Verordening op de pensioenen en wachtgelden

Onder bezoldiging worden in deze verordening verstaan alle inkomsten, die onder de benaming van traktement, loon, ziektegeld, erkende emolumenten of percentsgewijze belooning, door de gemeenteambtenaren als zoodanig worden genoten, voorzoover die inkomsten niet strekken tot vergoeding van onkosten, die uit de vervulling van dienst voortvloeien, en geen loon zijn voor werkzaamheden, die den ambtenaar tijdelijk zijn opgedragen buiten de gewone, voor vervulling zijner betrekking gevorderde diensten. Indien een tijdelijke uitkeering als bedoeld in art. 20 der Ongevallenwet 1901 of een voorloopige rente als bedoeld in art. 67 dier wet hooger is dan het ziektegeld, treedt die voor de berekening van de bezoldiging in de plaats daarvan. Bij genot van vrije woning of voeding of bij vergoeding wegens het gemis daarvan wordt, tenzij daarvoor bij de aanstelling, bij verordening of krachtens wettelijke bepaling een ander bedrag is bepaald, de bezoldiging verhoogd naar de volgende tabel. Vergoeding voor voeding. Vergoeding voor vrije woning. Jaarwedden tot f 400,– f 200,– en verder voor iedere f 100,– hoogere jaarwedde (gedeelte van iedere f 100,– voor f 100,- gerekend) meer „ 25,– Maximum „ 850,– 1/6 van het bedrag der jaarwedde, welk bedrag bij vrije voeding verhoogd wordt met de hiervoor bepaalde vergoeding. Minimum f 100,–. Voor een echtpaar, dat samen een betrekking bekleedt, wordt het genot van vrije voeding anderhalf maal en daarna dat van vrije woning éénmaal naar de bovenstaande tabel in rekening gebracht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel