Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 32

Artikel 32

Onderdeel van Verordening op de pensioenen en wachtgelden

De leden der fondsen blijven lid na hetzij van Rijks- of van Gemeentewege op wachtgeld te zijn gesteld, gedurende het genot daarvan, en eveneens, tenzij zij ongehuwd of weduwnaar zijn en geen kinderen beneden 18 jaren hebben, na hetzij van Rijks- of van Gemeentewege op pensioen te zijn gesteld, gedurende het genot van pensioen. Zij houden op lid te zijn, indien zij den leeftijd van 60 jaren hebben bereikt, ongehuwd of weduwnaar zijn en geen kinderen beneden 18 jaren hebben. Indien een ambtenaar, die gepensionneerd is of den leeftijd van 60 jaar bereikt heeft, in het huwelijk treedt, hebben noch de weduwe noch de in dat huwelijk verwekte kinderen aanspraak op pensioen.

Rechtspraak bij dit artikel