Van de in het vorige artikel vervallen verklaarde verordeningen blijven echter van toepassing: de sub 1° bedoelde op de vóór 1 Januari 1905 op wachtgeld gestelde of gepensionneerde ambtenaren en hun erfgenamen ten opzichte van hun wachtgeld en pensioen, en de sub 2° en 3° bedoelde op de vóór 1 Januari 1905 gepensionneerde weduwen en weezen en ten opzichte van de kortingen en den pensioengrondslag op de vóór 1 Januari 1905 op wachtgeld gestelde ambtenaren.