Naar hoofdinhoud
1.. Na de betaling door de Gemeente aan N.S. van het door de Gemeente ingevolge het derde lid van artikel 4 verschuldigde bedrag, behoort de bovenbouw van de in het eerste lid van artikel 4 genoemde sporen, voor zover deze door partijen gemeenschappelijk is bekostigd, aan beide partijen, elk voor de helft in eigendom toe, evenals de in het eerste lid van artikel 4 onder e., f. en g. genoemde spoorwegwerken. De bovenbouw van de overige bij het in werking treden dezer overeenkomst aanwezige sporen behoort, na de betaling door N.S. aan de Gemeente van de door N.S. ingevolge het vierde lid van artikel 3 verschuldigde bedragen, aan N.S. in eigendom toe. N.S. is voorts eigenares van de ondergrond en de onderbouw van de sporen en van de ondergrond van de spoorwegwerken, voor zover een en ander zich bevindt binnen de eigendomsgrenzen van de spoorweg Rotterdam-Dordrecht, alsmede van alle bij het in werking treden dezer overeenkomst aanwezige spoorwegwerken, behoudens de mede-eigendom van de Gemeente ingevolge de eerste zin van dit artikel. 2.. De ondergrond en de onderbouw van de sporen en de ondergrond van de spoorwegwerken, voor zoover een en ander zich bevindt buiten de eigendomsgrenzen van de spoorweg Rotterdam-Dordrecht, zijn eigendom van de Gemeente.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel